Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: He, incited by lust of sovereignty, form
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to Titus Chapter 2
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 But speak thou the things which become sound doctrine:
2 That the aged men be sober, grave, temperate, sound in faith, in charity, in patience.
3 The aged women likewise, that they be in behaviour as becometh holiness, not false accusers, not given to much wine, teachers of good things;
4 That they may teach the young women to be sober, to love their husband, to love their children,
5 To be discreet, chaste, keepers at home, good, obedient to their own husbands, that the word of God be not blasphemed.
6 Young men likewise exhort to be sober minded.
7 In all things shewing thyself a pattern of good works: in doctrine shewing uncorruptness, gravity, sincerity,
8 Sound speech, that cannot be condemned; that he that is of the contrary part may be ashamed, having no evil thing to say of you [Note 1].
9 Exhort servants to be obedient unto their own masters, and to please them well in all things; not answering again;
10 Not purloining, but shewing all good fidelity; that they may adorn the doctrine of God our Saviour in all things.
11 For the grace of God that bringeth salvation hath appeared to all men,
12 Teaching us that, denying ungodliness and worldly lusts, we should live soberly, righteously, and godly, in this present world;
13 Looking for that blessed hope, and the glorious appearing of the great God and our Saviour Jesus Christ;
14 Who gave himself for us, that he might redeem us from all iniquity, and purify unto himself a peculiar people, zealous of good works.
15 These things speak, and exhort, and rebuke with all authority. Let no man despise thee.

Note 1: you = Titus

Titus 2

1Doch gij, spreek1) hetgeen der gezonde leer2) betaamt.
2Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig,3) voorzichtig,4) gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid.
3De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht5) zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteraarsters zijn, zich niet tot6) veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede;
4Opdat zij de jonge7) vrouwen leren voorzichtig te zijn,8) haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben;
5Matig te zijn,9) kuis te zijn, het huis te bewaren,10) goed te zijn,11) haar eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord Gods niet gelasterd worde.12)
6Vermaan den jonge mannen insgelijks, dat zij matig zijn.13)
7Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer14) onvervalstheid,15) deftigheid,16) oprechtheid;
8Het woord gezond17) en onverwerpelijk,18) opdat degene, die daartegen is,19) beschaamd worde,20) en niets kwaads hebbe van ulieden21) te zeggen.22)
9Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles23) welbehagelijk zijn, niet tegensprekende;24)
10Niet onttrekkende,25) maar alle goede trouw bewijzende; opdat zij de leer van God,26) onzen Zaligmaker, in alles mogen versieren.27)
11Want28) de zaligmakende29) genade Gods is verschenen30) aan alle mensen.31)
12En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de werelds37)e32) begeerlijkheden verzakende,33) matig en34) rechtvaardig,35) en godzalig leven36) zouden in deze tegenwoordige wereld;
13Verwachtende de zalige hoop38) en verschijning39) der heerlijkheid40) van den groten God41) en onzen Zaligmaker Jezus Christus;
14Die Zichzelven voor ons gegeven heeft,42) opdat Hij ons43) zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk44) zou reinigen,45) ijverig in goede werken.
15Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst.46) Dat niemand u verachte.