Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Zalmoxes reigned whom many writers of an
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Gospel of Matthew Chapter 2.0
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Adoration of the Magi

1 Now when Jesus was born in Bethlehem of Judaea in the days of Herod the king, behold, there came wise men [Note 1] from the east to Jerusalem
2 Saying, Where is he that is born King of the Jews? for we have seen his star in the east, and are come to worship him.
3 When Herod the king had heard these things, he was troubled, and all Jerusalem with him.
4 And when he had gathered all the chief priests and scribes of the people together, he demanded of them where Christ should be born.
5 And they said unto him, In Bethlehem of Judaea: for thus it is written by the prophet [Note 2],
6 And thou Bethlehem, in the land of Juda, art not the least among the princes of Juda: for out of thee shall come a Governor, that shall rule my people Israel
7 Then Herod, when he had privily called the wise men, enquired of them diligently what time the star appeared.
8 And he sent them to Bethlehem, and said, Go and search diligently for the young child; and when ye have found him, bring me word again, that I may come and worship him also.
9 When they had heard the king, they departed; and, lo, the star, which they saw in the east, went before them, till it came and stood over where the young child was.
10 When they saw the star, they rejoiced with exceeding great joy.
11 And when they were come into the house, they saw the young child with his mother [Note 3], and fell down, and worshipped him: and when they had opened their treasures, they presented unto him gifts; gold, and frankincense and myrrh.
12 And being warned of God in a dream that they should not return to Herod, they departed into their own country another way.

Flight to Egypt

13 And when they were departed, behold, the angel of the Lord appeareth to Joseph in a dream, saying, Arise, and take the young child and his mother, and flee into Egypt, and be thou there until I bring thee word: for Herod will seek the young child to destroy him.
14 When he arose, he took the young child and his mother by night, and departed into Egypt:
15 And was there until the death of Herod: that it might be fulfilled which was spoken of the Lord by the prophet, saying,
Out of Egypt have I called my son.[Note 4]

The children of Bethlehem murdered

16 Then Herod, when he saw that he was mocked of the wise men, was exceeding wroth, and sent forth, and slew all the children that were in Bethlehem, and in all the coasts thereof, from two years old and under, according to the time which he had diligently enquired of the wise men.
17 Then was fulfilled that which was spoken by Jeremy the prophet, saying,
18 In Rama was there a voice heard, lamentation, and weeping, and great mourning, Rachel weeping for her children, and would not be comforted, because they are not.[Note 5]

Return to Nazareth

19 But when Herod was dead, behold, an angel of the Lord appeareth in a dream to Joseph in Egypt,
20 Saying, Arise, and take the young child and his mother, and go into the land of Israel: for they are dead which sought the young child's life.
21 And he arose, and took the young child and his mother, and came into the land of Israel.
22 But when he heard that Archelaus did reign in Judaea in the room of his father Herod, he was afraid to go thither: notwithstanding, being warned of God in a dream, he turned aside into the parts of Galilee
23 And he came and dwelt in a city called Nazareth: that it might be fulfilled which was spoken by the prophets,
He shall be called a Nazarene.

Note 1: wise men = Caspar, Melchior, and Balthasar
Note 2: Micha 5:1
Note 3: mother = Mary
Note 4: See Hoseah 11:1
Note 5: See Jeremiah 31:15

Events: Adoration of the Magi, Dream of Joseph, Flight to Egypt, The children of Bethlehem murdered, Return to Nazareth

Matthëus 2

1Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea1), in de dagen van den koning Herodes2), ziet, enige wijzen3) van het Oosten4) zijn te Jeruzalem aangekomen.
2Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.
3De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem.
4En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters5) en Schriftgeleerden des volks,6) vraagde7) van hen, waar de Christus zou geboren worden.
5En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judea gelegen; want alzo is geschreven door den profeet:
6En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins8) de minste onder de vorsten9) van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israel weiden zal.10)
7Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was;
8En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve aanbidde.
9En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor11), totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was.
10Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
11En in het huis gekomen zijnde, vonden12) zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.13)
12En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land.
13Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden.
14Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte;
15En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende: Uit Egypte14) heb Ik Mijn Zoon geroepen.
16Als Herodes zag, dat hij van de wijzen bedrogen15) was, toen werd hij zeer toornig, en enigen afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen16), die binnen Bethlehem, en in al deszelfs landpalen waren, van twee jaren oud en daaronder, naar den tijd, dien hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had.
17Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet17) Jeremia, zeggende:
18Een stem is in Rama18) gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel19) beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!
19Toen Herodes nu gestorven was, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, in Egypte.
20Zeggende: Sta op, neem het Kindeken en Zijn moeder tot u, en trek in het land Israels; want zij zijn gestorven, die de ziel20) van het Kindeken zochten.
21Hij dan, opgestaan zijnde, heeft tot zich genomen het Kindeken en Zijn moeder, en is gekomen in het land Israels.
22Maar als hij hoorde, dat Archelaus in Judea koning was, in de plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; maar door Goddelijke openbaring vermaand in den droom, is hij vertrokken in de delen van Galilea.
23En daar gekomen zijnde, nam hij zijn woonplaats in de stad, genaamd Nazareth; opdat vervuld zou worden, wat door de profeten gezegd is, dat Hij Nazarener zal geheten worden.21)