Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Nero was the first emperor who needed an
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter to the Hebrews Chapter 3
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Wherefore, holy brethren, partakers of the heavenly calling, consider the apostle and High Priest of our profession, Christ Jesus;
2 Who was faithful to him that appointed him, as also Moses was faithful in all his house.
3 For this man was counted worthy of more glory than Moses, inasmuch as he who hath builded the house hath more honour than the house.
4 For every house is builded by some man; but he that built all things is God.
5 And Moses verily was faithful in all his house, as a servant, for a testimony of those things which were to be spoken after;
6 But Christ as a son over his own house; whose house are we, if we hold fast the confidence and the rejoicing of the hope firm unto the end.
7 Wherefore (as the Holy Ghost saith, To day if ye will hear his voice,
8 Harden not your hearts, as in the provocation, in the day of temptation in the wilderness:
9 When your fathers tempted me, proved me, and saw my works forty years.
10 Wherefore I was grieved with that generation, and said, They do alway err in their heart; and they have not known my ways.
11 So I sware in my wrath, They shall not enter into my rest.)
12 Take heed, brethren, lest there be in any of you an evil heart of unbelief, in departing from the living God.
13 But exhort one another daily, while it is called To day; lest any of you be hardened through the deceitfulness of sin.
14 For we are made partakers of Christ, if we hold the beginning of our confidence stedfast unto the end;
15 While it is said, To day if ye will hear his voice, harden not your hearts, as in the provocation.
16 For some, when they had heard, did provoke: howbeit not all that came out of Egypt by Moses.
17 But with whom was he grieved forty years? was it not with them that had sinned, whose carcases fell in the wilderness?
18 And to whom sware he that they should not enter into his rest, but to them that believed not?
19 So we see that they could not enter in because of unbelief.

Hebrëen 3

1Hierom, heilige broeders,1) die der hemelse roeping2) deelachtig zijt, aanmerkt den3) Apostel4) en Hogepriester5) onzer belijdenis, Christus Jezus;6)
2Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft,7) gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was.8)
3Want Deze is zoveel meerder9) heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft,10) meerder eer heeft, dan het huis.11)
4Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft,12) is God.13)
5En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen,14) die daarna gesproken zouden worden;
6Maar Christus, als de Zoon15) over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn,16) indien wij maar de vrijmoedigheid17) en de roem der hoop18) tot het einde toe vast behouden.
7Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt:19) Heden, indien gij Zijn stem20) hoort,21)
8Zo verhardt uw harten niet,22) gelijk het geschied is in de verbittering,23) ten dage der verzoeking,24) in de woestijn;
9Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben;25) zij hebben Mij beproefd,26) en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang.
10Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart,27) en zij hebben Mijn wegen28) niet gekend.29)
11Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij30) in Mijn rust zullen ingaan!31)
12Ziet toe, broeders,32) dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos,33) ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God;
13Maar vermaant elkander te allen dage,34) zolang als het heden35) genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.
14Want wij zijn Christus deelachtig geworden,36) zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond37) tot het einde toe vast behouden;
15Terwijl er gezegd wordt:38) Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is.
16Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen,39) die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn.
17Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden,40) welker lichamen gevallen zijn41) in de woestijn?
18En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren?
19En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.42)