Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: He had discovered him to be fond of chan
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to the Colossians Chapter 2
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 For I [Note 1] would that ye knew what great conflict I have for you, and for them at Laodicea, and for as many as have not seen my face in the flesh;
2 That their hearts might be comforted, being knit together in love, and unto all riches of the full assurance of understanding, to the acknowledgement of the mystery of God, and of the Father, and of Christ;
3 In whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge.
4 And this I say, lest any man should beguile you with enticing words.
5 For though I be absent in the flesh, yet am I with you in the spirit, joying and beholding your order, and the stedfastness of your faith in Christ.
6 As ye have therefore received Christ Jesus the Lord, so walk ye in him:
7 Rooted and built up in him, and stablished in the faith, as ye have been taught, abounding therein with thanksgiving.
8 Beware lest any man spoil you through philosophy and vain deceit, after the tradition of men, after the rudiments of the world, and not after Christ.
9 For in him dwelleth all the fulness of the Godhead bodily.
10 And ye are complete in him, which is the head of all principality and power:
11 In whom also ye are circumcised with the circumcision made without hands, in putting off the body of the sins of the flesh by the circumcision of Christ:
12 Buried with him in baptism, wherein also ye are risen with him through the faith of the operation of God, who hath raised him from the dead.
13 And you, being dead in your sins and the uncircumcision of your flesh, hath he quickened together with him, having forgiven you all trespasses;
14 Blotting out the hand-writing of ordinances that was against us, which was contrary to us, and took it out of the way, nailing it to his cross;
15 And having spoiled principalities and powers, he made a shew of them openly, triumphing over them in it.
16 Let no man therefore judge you in meat, or in drink, or in respect of an holy day, or of the new moon, or of the sabbath days:
17 Which are a shadow of things to come; but the body is of Christ.
18 Let no man beguile you of your reward in a voluntary humility and worshipping of angels, intruding into those things which he hath not seen, vainly puffed up by his fleshly mind,
19 And not holding the Head, from which all the body by joints and bands having nourishment ministered, and knit together, increaseth with the increase of God.
20 Wherefore if ye be dead with Christ from the rudiments of the world, why, as though living in the world, are ye subject to ordinances,
21 (Touch not; taste not; handle not;
22 Which all are to perish with the using;) after the commandments and doctrines of men?
23 Which things have indeed a shew of wisdom in will worship, and humility, and neglecting of the body: not in any honour to the satisfying of the flesh.

Note 1: I = Paul

Kolossensen 2

1Want ik wil, dat1) gij weet, hoe groten strijd ik voor2) u heb, en voor degenen, die te Laodicea zijn,3) en zo velen als er mijn aangezicht4) in het vlees niet hebben gezien;
2Opdat hun harten5) vertroost mogen6) worden, en zij samengevoegd7) zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid8) des verstands, tot kennis der9) verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;
3In Denwelken al10) de schatten der wijsheid11) en der kennis verborgen zijn.12)
4En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met13) beweegredenen,14) die een schijn hebben.
5Want hoewel ik met het vlees15) van u ben, nochtans ben ik met den geest bij u, mij verblijdende en ziende16) uw ordening,17) en de vastigheid van uw geloof18) in Christus.
6Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen,19) wandelt alzo in Hem;20)
7Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs21) gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.22)
8Ziet toe,23) dat niemand u als een roof24) vervoere door de filosofie,25) en ijdele verleiding, naar de overlevering26) der mensen, naar de eerste beginselen27) der wereld, en niet naar Christus;28)
9Want in Hem29) woont al30) de volheid31) der Godheid lichamelijk;32)
10En gij zijt in Hem33) volmaakt,34) Die het Hoofd is van alle overheid35) en macht;
11In Welken36) gij ook besneden zijt37) met een besnijdenis, die zonder handen38) geschiedt, in de uittrekking van het lichaam39) der zonden des vleses,40) door de besnijdenis41) van Christus;
12Zijnde met Hem begraven in42) den doop, in welken gij43) ook met Hem opgewekt zijt door het geloof44) der werking Gods,45) Die Hem uit de doden opgewekt heeft.
13En Hij heeft u, als gij46) dood waart47) in de misdaden, en in de voorhuid48) uws vleses, mede levend gemaakt49) met Hem, al uw misdaden u vergevende;50)
14Uitgewist hebbende51) het handschrift,52) dat tegen ons was, in inzettingen53) bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze54) ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende;
15En de overheden55) en de machten uitgetogen hebbende,56) heeft Hij die in het openbaar57) tentoongesteld,58) en heeft door hetzelve59) over hen getriomfeerd.60)
16Dat u dan niemand61) oordele62) in spijs of in drank,64) of in het stuk65) des feest dags, of der nieuwe maan, of der sabbatten;
17Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van67) Christus.
18Dat dan niemand u overheerse68) naar zijn wil69) in nederigheid en dienst der engelen,70) intredende in71) hetgeen hij niet gezien heeft, tevergeefs opgeblazen72) zijnde door het verstand zijns73) vleses;
19En het Hoofd niet74) behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam,75) door de samenvoegselen76) en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met77) goddelijken wasdom.
20Indien gij dan78) met Christus de eerste beginselen79) der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld80) leefdet, met inzettingen belast?81)
21Namelijk raak niet,82) en smaak niet, en roer niet aan.
22Welke dingen alle verderven83) door het gebruik, ingevoerd naar de geboden84) en leringen der mensen;
23Dewelke wel hebben een schijn rede van wijsheid85) in eigenwilligen86) gods dienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde,87) maar tot verzadiging88) van het vlees.