Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The first crime of the new reign was the
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Acts chapter 60
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Appointment of the deacons

1 And in those days, when the number of the disciples was multiplied, there arose a murmuring of the Grecians against the Hebrews, because their widows were neglected in the daily ministration.
2 Then the twelve called the multitude of the disciples unto them, and said, It is not reason that we should leave the word of God, and serve tables.
3 Wherefore, brethren, look ye out among you seven men of honest report, full of the Holy Ghost and wisdom, whom we may appoint over this business.
4 But we will give ourselves continually to prayer, and to the ministry of the word.
5 And the saying pleased the whole multitude: and they chose Stephen, a man full of faith and of the Holy Ghost, and Philip, and Prochorus, and Nicanor, and Timon, and Parmenas, and Nicolas a proselyte of Antioch,
6 Whom they set before the apostles: and when they had prayed, they laid their hands on them.
7 And the word of God increased; and the number of the disciples multiplied in Jerusalem greatly; and a great company of the priests were obedient to the faith.
8 And Stephen, full of faith and power, did great wonders and miracles among the people.

Process and death of Stephanus

9 Then there arose certain of the synagogue, which is called the synagogue of the Libertines, and Cyrenians, and Alexandrians, and of them of Cilicia and of Asia, disputing with Stephen.
10 And they were not able to resist the wisdom and the spirit by which he spake.
11 Then they suborned men, which said, We have heard him speak blasphemous words against Moses, and against God.
12 And they stirred up the people, and the elders, and the scribes, and came upon him, and caught him, and brought him to the council,
13 And set up false witnesses, which said, This man ceaseth not to speak blasphemous words against this holy place, and the law:
14 For we have heard him say, that this Jesus of Nazareth shall destroy this place, and shall change the customs which Moses delivered us.
15 And all that sat in the council, looking stedfastly on him, saw his face as it had been the face of an angel.

Events: Appointment of the deacons, Process and death of Stephanus

Handelingen 6

1En in dezelfde1) dagen, als de discipelen vermenigvuldigden, ontstond een murmurering der Grieksen2) tegen de Hebreen, omdat hun weduwen in de dagelijkse bediening3) verzuimd werden.4)
2En de twaalven riepen de menigte der discipelen tot zich, en zeiden: Het is niet behoorlijk, dat5) wij het Woord Gods nalaten, en6) de tafelen dienen.7)
3Ziet dan om,8) broeders, naar zeven mannen uit u, die goede getuigenis hebben, vol des Heiligen9) Geestes en der wijsheid, welke wij mogen stellen over10) deze nodige zaak.
4Maar wij zullen volharden in11) het gebed, en in de bediening des Woords.
5En dit woord behaagde12) aan al de menigte;13) en zij verkoren14) Stefanus, een15) man vol des geloofs16) en des Heiligen Geestes, en Filippus,17) en Prochorus, en Nicanor, en Timon, en Parmenas, en Nicolaus,18) een Jodengenoot19) van Antiochie;
6Welken zij voor de apostelen stelden; en dezen, als20) zij gebeden hadden, legden hun21) de handen op.
7En het woord Gods wies, en het22) getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer; en een grote schare der priesteren werd23) den gelove gehoorzaam.24)
8En Stefanus, vol van geloof en25) kracht, deed26) wonderen en grote tekenen onder het volk.
9En er stonden op sommigen, die waren van de synagoge, genaamd27) der Libertijnen,28) en der Cyreneers, en29) der Alexandrijnen,30) en dergenen, die van Cilicie en Azie waren, en twistten met31) Stefanus.
10En zij konden niet wederstaan de32) wijsheid en den Geest, door Welken hij sprak.
11Toen maakten zij33) mannen uit, die zeiden: Wij hebben hem horen spreken lasterlijke woorden tegen Mozes en God.
12En zij beroerden het volk, en de ouderlingen en de Schriftgeleerden; en hem aanvallende grepen zij hem, en leidden hem voor den raad;
13En stelden valse34) getuigen, die zeiden: Deze mens houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige35) plaats en de wet.
14Want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de36) Nazarener, deze plaats zal verbreken, en37) dat Hij de zeden38) veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd heeft.
15En allen, die in den raad zaten, de ogen op hem houdende, zagen zijn aangezicht als het aangezicht39) eens engels.