Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The infirmities of Augustus increased, a
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Second letter of Paul to the Thessalonians Chapter 2
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Now we beseech you, brethren, by the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him,
2 That ye be not soon shaken in mind, or be troubled, neither by spirit, nor by word, nor by letter as from us, as that the day of Christ is at hand.
3 Let no man deceive you by any means: for that day shall not come, except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition;
4 Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, shewing himself that he is God.
5 Remember ye not, that, when I [Note 1] was yet with you, I told you these things?
6 And now ye know what withholdeth that he might be revealed in his time.
7 For the mystery of iniquity doth already work: only he who now letteth will let, until he be taken out of the way.
8 And then shall that Wicked be revealed, whom the Lord shall consume with the spirit of his mouth, and shall destroy with the brightness of his coming:
9 Even him, whose coming is after the working of Satan with all power and signs and lying wonders,
10 And with all deceivableness of unrighteousness in them that perish; because they received not the love of the truth, that they might be saved.
11 And for this cause God shall send them strong delusion, that they should believe a lie:
12 That they all might be damned who believed not the truth, but had pleasure in unrighteousness.
13 But we are bound to give thanks alway to God for you, brethren beloved of the Lord, because God hath from the beginning chosen you to salvation through sanctification of the Spirit and belief of the truth:
14 Whereunto he called you by our gospel, to the obtaining of the glory of our Lord Jesus Christ.
15 Therefore, brethren, stand fast, and hold the traditions which ye have been taught, whether by word, or our epistle.
16 Now our Lord Jesus Christ himself, and God, even our Father, which hath loved us, and hath given us everlasting consolation and good hope through grace,
17 Comfort your hearts, and stablish you in every good word and work.

Note 1: I = Paul

Event: Last Judgement

2 Thessalonicensen 2

1En wij bidden u, broeders, door1) de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering2) tot Hem,
2Dat gij niet haastelijk bewogen3) wordt van verstand4), of verschrikt5), noch door geest6), noch door woord7), noch door zendbrief8), als van ons geschreven, alsof de dag9) van Christus aanstaande ware.
3Dat u niemand verleide10) op enigerlei wijze; want die11) komt niet, tenzij dat eerst de afval12) gekomen zij, en dat geopenbaard13) zij de mens14) der zonde, de zoon15) des verderfs;
4Die zich in18)gen">tegenstelt16), en verheft17) boven al wat God genaamd, of als God geeerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een19) God zal zitten, zichzelven20) vertonende, dat hij God is.
5Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6En nu, wat te24)keningen">hem21) wederhoudt22), weet23) gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7Want de25) verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem26) nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij27) uit28) het midden zal weggedaan worden.
8En alsdan29) zal de ongerechtige30) geopenbaard31) worden, denwelken de Heere verdoen32) zal door den Geest33) Zijns monds, en te niet maken door de verschijning34) Zijner toekomst;
9Hem, zeg ik, in37)gen">wiens35) toekomst is naar de werking des satans36), in alle kracht, en tekenen, en wonderen38) der leugen;
10En in alle39) verleiding40) der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor41) dat zij de liefde42) der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11En daarom zal God43) hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen44) zouden geloven;
12Opdat zij allen veroordeeld45) worden, die de waarheid46) niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid47).
13Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne48) verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking49) des Geestes, en geloof50) der waarheid;
14Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot51) verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.
15Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen52), die u geleerd zijn, hetzij door ons53) woord, hetzij door onzen zendbrief.
16En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft in56)gen">een54) eeuwige vertroosting en goede55) hoop in genade,
17Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed57) woord en werk.