Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The infirmities of Augustus increased, a
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Peter Chapter 5
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 The elders which are among you I exhort, who am also an elder, and a witness of the sufferings of Christ, and also a partaker of the glory that shall be revealed:
2 Feed the flock flock of God which is among you, taking the oversight thereof, not by constraint, but willingly; not for filthy lucre, but of a ready mind;
3 Neither as being lords over God's heritage, but being ensamples to the flock.
4 And when the chief Shepherd appear, ye shall receive a crown of glory that fadeth not away.
5 Likewise, ye younger, submit yourselves unto the elder. Yea, all of you be subject one to another, and be clothed with humility: for God resisteth the proud, and giveth grace to the humble.
6 Humble yourselves therefore under the mighty hand of God, that he may exalt you in due time:
7 Casting all your care upon him; for he careth for you.
8 Be sober, be vigilant; because your adversary the devil, as a roaring lion, walketh about, seeking whom he may devour:
9 Whom resist stedfast in the faith, knowing that the same afflictions are accomplished in your brethren that are in the world.
10 But the God of all grace, who hath called us unto his eternal glory by Christ Jesus, after that ye have suffered a while, make you perfect, stablish, strengthen, settle you.
11 To him be glory and dominion for ever and ever. Amen.
12 By Silvanus , a faithful brother unto you, as I suppose, I have written briefly, exhorting, and testifying that this is the true grace of God wherein ye stand.
13 The Church that is at Babylon, elected together with you, saluteth you; and so doth Marcus my son.
14 Greet ye one another with a kiss of charity. Peace be with you all.

1 Petrus 5

1De ouderlingen,1) die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling,2) en getuige des lijdens van Christus ben, en deelachtig der3) heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:
2Weidt de kudde Gods,4) die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang,5) maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed;
3Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren 6)maar als voorbeelden der7) kudde geworden zijnde.
4En als de overste Herder8) verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke9) kroon der heerlijkheid behalen.
5Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig;10) zijt met de ootmoedigheid bekleed;11) want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
6Vernedert u dan12) onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.
7Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
8Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;13)
9Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.15)
10De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke, en fondere ulieden.
11Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.16)
12Door Silvanus,17) die u een getrouw broeder is, zo ik acht,18) heb ik met weinige woorden geschreven, vermanende en betuigende, dat deze is de waarachtige19) genade Gods, in welke gij staat.
13U groet de medeuitverkorene Gemeente, die in Babylon is, en20) Markus,21) mijn zoon.22)
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.