Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: It had been the ancient policy of the fo
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIV Chapter 12: 527-565 The transformation of Aeneas's ships
Next chapter
Return to index
Previous chapter
When the ambassadors returned, saying that Aetolia's arms were denied them, the Rutuli pursued war without their help, and much blood was spilled on both sides. Turnus attacked the pinewood ships, with devouring fire, and the Trojans feared to lose by fire what the sea had spared. Now Mulciber's flames burned the pitch and wax, and other fuel, and climbed the tall masts to the sails, and the thwarts across the curved hulls were smouldering, when Cybele, the sacred mother of the gods, remembering that these pines were felled on Mount Ida's summit, filled the air with the clashing throb of bronze cymbals, and the shrilling of boxwood flutes. Carried through the clear air by tame lions, she cried out: 'Turnus, you hurl those firebrands, with sacrilegious hands, in vain! I will save: I will not allow the devouring fire to burn what was part of my woods and belongs to me.' As the goddess spoke it thundered, and, after the thunder, heavy rain, and leaping hail, fell, and the winds, the brothers, sons of Astraeus the Titan by Aurora, troubled the air and the sea, swollen by the sudden onrush, and joined the conflict. The all-sustaining mother goddess, used the force of one of them, and broke the hempen cables of the Trojan ships, drove them headlong, and sank them in the deep ocean. Their rigidity softened, and their wood turned to flesh; the curved sternposts turned into heads; the oars into fingers and legs, swimming; the sides of each vessel became flanks, and the submerged keel down the ship's middle turned into a spine; the cordage became soft hair, the yards were arms; and their dusky colour was as before. Naiads of the waters, they play, in the waves they used to fear, and born on the hills they frequent the gentle sea, and their origin does not affect them. Yet not forgetting how many dangers they have often endured on the ocean, they often place their hands beneath storm-tossed boats, unless they have carried Greeks. Remembering, as yet, the Trojan disaster, they hate the Pelasgians and with joyful faces they saw the wreckage of Ulysses' ship, and with joyful faces they saw king Alcinous'svessel become a rock, its wood turning to stone.

Event: Aeneas' ships are changed into nymphs

De Rutuliërs zetten ook zonder bondgenoot-schap met Diomedes de strijd voort. Aan de beide kanten stroomde veel bloed. Turnus wierp zijn brandende fakkels al naar de schepen van Diomedes; die werden nu door brand bedreigd vanwege de pek en de was… Het vuur klom in de mast tot boven de zeilen en het dek boven de gewelfde kiel braakte rook uit. Maar toen bedacht Cybele, de Godenmoeder dat dit hout geveld was op haar Idaberg en ze deed het luchtruim schallen van cimbalen en buxusfluiten terwijl ze op haar leeuwenwagen langs de hemel reed; ze riep Turnus toe: "Je hand is goddeloos, je vuur vergeefs! Want ik bescherm wat uit mijn bossen komt! Nooit zal ik toestaan dat mijn hout door vretend vuur vergaat!"

Terwijl de godin dit zei, klonk een donderslag, gevolgd door zware regenval met kletterende hagelbuien; Astraeus’ zoons - de winden - mengden lucht en zee, die opeens hoog opgezweept werd. Cybele gebruikte de kracht van een van de winden om de ankertouwen van Aeneas’ vloot te breken; ze joeg de schepen voort, deed ze op volle zee vergaan, maar hun doorweekt hout veranderde in een levend lichaam: de ronde achterstevens kregen de vorm van een hoofd, de riemen werden handen, de voeten maken zwemgebaren; wat scheepsflank was, bleef flank. De balk die onder water de romp in het midden steunde, veranderde nu in een ruggengraat; de masten werden armen, touwen werden zacht, soepel haar. Maar de kleur bleef onveranderd zee-blauw - als blauwe waternimfen vermaken de vroegere oorlogsschepen zich meisjesachtig in diezelfde zee die eerst hun grote schrik was…

Uit hard hout van de Idaberg waren ze geboren, maar in het strelende water voelden ze zich thuis, ze werden niet gehinderd door hun oorsprong. Maar door hun ervaring met de gevaren op zee bieden ze schepen in nood nog vaak hulp omdat ze weten wat het betekent om verscheurd te worden door een allesvernietigende storm. Aan alle schepen bieden ze hulp, behalve aan Griekse! Na de val van Troje vervullen de Grieken de Trojanen met haat. Gelukkig als nooit tevoren hebben ze naar Odysseus’ schipbreuk gekeken en al even gelukkig het vaartuig van Alcinoüs met hout en al tot rotssteen zien verharden. Het was een schip van de Phaeaken dat Odysseus uiteindelijk naar Ithaca bracht en op de terugreis in een rots werd veranderd...