Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: When he drank his destruction at Babylon
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIII Chapter 7: 576-622 Aurora and the Memnonides
Next chapter
Return to index
Previous chapter
But Aurora had no time for being moved by the fall and ruin of Hecuba and Troy, though she had aided its defence. A closer sorrow, and a private grief tormented her, the loss of her son Memnon, whom she, his bright mother, had seen wasted by Achilles's spear on the Phrygian plain. She saw it, and that colour, that reddens the dawn, paled, and the sky was covered with cloud. His mother could not bear to look at his body laid on the summit of the funeral pyre, but with dishevelled hair, just as she was, she did not scorn to fall at the feet of mighty Jove, adding tears to these words: 'I am the least of all, whom the golden heavens hold (since temples to me are the rarest in all the world), yet I come as a goddess: though not that you might give me sanctuaries, or sacred days, or altars to flame with sacrificial fires. Yet if you considered what I, as a woman, do for you, when each new dawn I keep the borders of night, you would think to give me some reward. But that is not my care, nor Aurora's errand, to ask for well-merited honours. I come bereft of my Memnon, who bore arms bravely, but in vain, for his uncle Priam, and in his youth has fallen to mighty Achilles (so you willed). I beg you to grant him some honour, as a solace for his death, great king of the gods, and lessen a mother's wound!' Jupiter nodded, while Memnon's steep pyre collapsed in leaping flames, and the daylight was stained with columns of black smoke, like the river-fog the naiad breathes out, that does not admit the light beneath it. Dark ashes flew upwards, and gathering into a ball and solidifying, they formed a shape, and it drew life and heat from the fire (its own lightness giving it wings). At first resembling a bird, then a true bird, it clapped its wings, and innumerable sisters, sprung from the same natal source, sounded too. Three times they circled the pyre, and three times their clamour rose in the air in consonance, on the fourth flight the flock divided. Then in two separate fierce bands they made war, wielding beaks and hooked talons in rage, wearying wing and breast in the struggle. Remembering they were sprung from a brave hero, they fell as offerings to the buried ashes of their kinsman's body. The source of these suddenly created birds gave them his name: from him they were called the Memnonides: and when the sun has transited his twelve signs, they war and die again in ritual festival. And so, while others wept to witness Hecuba's baying, Aurora was intent on her own grief, and even now she sheds tears, and wets the whole world with dew. Aurora had geen aandacht voor het ontluisterende lot van Hecuba en Troje, ook al stond zij altijd aan de zijde van de Trojanen: eigen verdriet kwelde de godin, haar eigen rouw om het verlies van Memnon. Zij had hem voor de muur van Troje zien sterven door Achilles’ speer. Toen had ze haar glans, waarmee de vroege ochtend zich roze kleurt, verloren; daglicht ging in wolken schuil. <>Toen zijn lichaam op het vuur lag om verteerd te worden, verdroeg haar moederhart die aanblik niet: met wapperend haar wierp zij zich, zonder schaamte voor haar droefheid, aan de voeten van Jupiter en sprak door tranen heen:

"Ik mag de minste zijn van allen die jouw gouden rijk bewonen, want op aarde heb ik maar heel weinig tempels, maar toch blijf ik een godin... Ik kom je niet om tempels vragen, ook niet om offerdagen met een brandend altaarvuur. Als je bedenkt hoe ik jou steeds gediend heb doordat ik met nieuw daglicht altijd weer de nacht verjaag, dan zou je mij, Aurora, wel kunnen belonen. Maar mijn groot verdriet vraagt niet om verdiende eer. Ik kom omdat ik Memnon heb verloren, die voor niets zo dapper de strijd inging ter wille van zijn oom en nu zo jong moest sterven door Achilles’ kracht. Zo wilden het de goden... Eer hem, ik smeek je, met iets wat troost brengt in de dood, en stil zijn moeders smart, o godenvader!"

Jupiter had nog niet geknikt of hoog oplaaiend vuur greep Memnon op zijn doodsbed aan; donkere rookkolommen namen het daglicht weg, zoals wanneer een brede mist wordt uitgeademd door rivieren en daar geen zonlicht doorkomt. Een zwarte aswolk zweefde omhoog, verdichtte zich tot een compacte massa die eerst vorm kreeg, daarna levenswarmte aan het vuur ontleende en door eigen lichtheid vleugels kreeg. Eerst leek het op een vogel maar al snel werd het een echte vogel, luid klapwiekend met zijn vleugels. Tegelijk klonk het geklap van talloos vele vogelzusters van dezelfde oorsprong.

Zij zwermden driemaal rond de brandstapel, driemaal klonk hun klacht eenparig door de lucht totdat zij bij de vierde ronde uiteen zwermden in twee woeste legers. Ze bevochten elkaar van links en rechts, pikten met snavels en gekromde klauwen naar borst en vleugels van de vijand en storten vervolgens neer, als laatste eer voor Memnons as; ze waren immers zijn verwanten en getuigden zo van hun ontstaan. Die plots geboren vogels werden naar hem genoemd: zij heten de Memnoniden. Telkens als de zon zijn twaalf tekens voorbij is, vechten zijn hun doodsstrijd uit, in naam van Memnon.

Toen dus het geblaf van Hecuba zo triest weerklonk, kwijnde Aurora in haar eigen leed; altijd zou ze wenen om haar zoon en die tranen zijn nog steeds de dauw op de wereld.