Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Augustus had an easy and fluent way of s
Notes
Display Latin text
Display Dutch text
The Gallic War (De Bello Gallico) by Julius Caesar
Translated by Alfred John Church and William Jackson Brodribb
Book I Chapter 13: March of the Helvetii. Negotiations.[58 BC]
Next chapter
Return to index
Previous chapter
This battle ended, that he might be able to come up with the remaining forces of the Helvetii, he procures a bridge to be made across the Saone, and thus leads his army over. The Helvetii, confused by his sudden arrival, when they found that he had effected in one day, what they, themselves had with the utmost difficulty accomplished in twenty namely, the crossing of the river, send embassadors to him; at the head of which embassy was Divico, who had been commander of the Helvetii, in the war against Cassius. He thus treats with Caesar: -that, "if the Roman people would make peace with the Helvetii they would go to that part and there remain, where Caesar might appoint and desire them to be; but if he should persist in persecuting them with war that he ought to remember both the ancient disgrace of the Roman people and the characteristic valor of the Helvetii. As to his having attacked one canton by surprise, [at a time] when those who had crossed the river could not bring assistance to their friends, that he ought not on that account to ascribe very much to his own valor, or despise them; that they had so learned from their sires and ancestors, as to rely more on valor than on artifice and stratagem. Wherefore let him not bring it to pass that the place, where they were standing, should acquire a name, from the disaster of the Roman people and the destruction of their army or transmit the remembrance [of such an event to posterity]."

Event: March of the Helvetii

Onderhandelingen

1.13 Na deze slag liet hij, om de overige troepen van de Helvetiërs te kunnen bereiken, een brug over de Saône aanleggen en zette zijn leger zo aan de overkant. De Helvetiërs waren geschokt door zijn onverwachte komst. Nu zij inzagen dat hij om de rivier over te steken in één dag had volbracht wat zij zelf in 20 dagen met zeer veel moeite hadden bereikt, stuurden zij gezanten naar hem. De leider van dat gezantschap was Divico, de aanvoerder van de Helvetiërs in hun oorlog tegen Cassius. Hij voerde met Caesar het volgende onderhandelingsgesprek. "Als het Romeinse volk met de Helvetiërs vrede zou sluiten, zouden zij naar dat gebied gaan en er voortaan blijven, waar Caesar hen zou hebben ondergebracht en hen zou hebben gewild. Maar als hij in de oorlog zou volharden, moest hij denken aan de nederlaag van de afgelopen keer van het Romeinse volk en aan de toenmalige moed van de Helvetiërs. Nu hij onverwachts één dorp had aangevallen, omdat zij, die de rivier waren overgestoken, hun eigen mensen geen hulp konden bieden, mocht hij om die reden noch te veel aan zijn eigen moed toeschrijven noch hen zelf onderschatten. Zij hadden het zó van hun vaders en voorvaderen geleerd om meer met moed dan met list te strijden of op hinderlagen te steunen. Hij mocht daarom het niet zover laten komen dat die plek, waar zij zich gevestigd hadden, vernoemd zou worden naar een rampspoed voor het Romeinse volk en de massaslachting van zijn leger of de herinnering daaraan levendig zou houden.