Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: That two men, who for shamelessness, ind
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIII Chapter 4: 399-428 The fall of Troy
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Ulysses, the winner, set sail for Lemnos, the island of Queen Hypsipyle and her father the famous Thoas, a country notorious in ancient times for the murder by its women of their men, to bring back the arrows of Tirynthian Hercules. When he had brought them back to the Greeks, with Philoctetes their master, the last hand was dealt in the long drawn-out war. Troy fell, and Priam also. Hecuba, Priam's unhappy wife, when all else was lost, lost her human form, and filled the air of an alien country, where the long Hellespont narrows to a strait, with strange barking. Ilium burned; the flames had not yet died down; Jove's altar was soaking up old Priam's meagre stream of blood; and Cassandra, the head priestess of Apollo, dragged along by her hair, stretched out her arms uselessly to the heavens. The Dardanian women, embracing the statues of their nation's gods while they still could, and thronging the burning temples, were snatched away by the victorious Greeks as enviable prizes. Astyanax, was thrown down from that tower, from which he used to see his father, Hector, whom Andromache his mother pointed out to him, as Hector fought for him, and protected the ancestral kingdom. Now Boreas, the north wind, urged the Greeks on their way, and the sails flapped in a favourable breeze. The sailers are ordered to take advantage of the wind. The Trojan women wail, kissing their native earth, abandoning the burning houses: 'Troy, farewell! We are taken against our will.' The last to embark - pitiable sight! - was Hecuba, found among the tombs of her sons. There as she clung to their graves, trying to kiss their relics, the hands of Dulichian Ulysses dragged her away. Yet she emptied one sepulchre, and carried away with her, at her breast, Hector's ashes from the emptied urn. And on Hector's grave she left a scant offering to the dead, shreds of her grey hair, hair and tears.

Events: Trojan war, middle part, Odysseus and Philoctetes, The fall of Troy

De winnaar zette koers naar Lemnos, het land van koning Thoas en zijn dochter Hypsipyle (waar vroeger de beruchte mannenmoord had plaatsgehad); daar ging hij de boog van Hercules ophalen. Toen hij met Philoctetes en de boog bij de Grieken was aangekomen, werd eindelijk de laatste wrede strijd gestreden: Troje viel.

Priamus verloor. Hecuba, de arme vrouw die alles al verloren had, veranderde nu ook nog van gedaante: met haar vreemd geblaf verbaast zij verre kusten aan de lange Hellespont. Troje stond nog in brand en het water had het vuur nog niet helemaal geblust. Het altaar van Jupiter droeg sporen van het dunne bloed van Priamus. Cassandra, de priesteres van Apollo, werd bij de haren meegesleurd terwijl ze haar armen naar de hemel uitstrekte.

De Trojaanse vrouwen klemden zich vast, zolang het kon, aan godenbeelden, te midden van de vlammen van de tempel, maar werden tenslotte door de Griekse overwinnaars als buit weggevoerd. Astyanax werd van de muur gegooid vanwaar hij vaak naar zijn vader Hector had gekeken; daar had hij gezien hoe zijn vader voor zijn stad had gestreden. De noordenwind zorgde voor de terugreis, een stevige bries deed de zeilen klapperen; daarvan wou elke stuurman gretig nuttig gebruik maken. "Troje, vaarwel! Wij zijn hun buit…" Zo klonk de kreet van de vrouwen terwijl zij de grond van Troje kusten en hun stad in vlammen zagen opgaan.

De laatste die aan boord ging, was Hecuba. O droevige herinnering … Ze was bij de graven van haar zonen aangetroffen, zij klampte zich vast aan de aarde, met haar lippen op hun resten, tot Odysseus haar daar wegtrok. Maar toch nam ze van een, van Hector, wat as mee die ze in haar kleed bewaard had. Op zijn graf liet zij een grijze haarlok achter, een klein offer voor haar zoon: wat tranen en dat grijze haar…