Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: That two men, who for shamelessness, ind
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Paul to the Timotheus Chapter 5
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Rebuke not an elder, but intreat him as a father; and the younger men as brethren;
2 The elder women as mothers; the younger as sisters, with all purity.
3 Honour widows that are widows indeed.
4 But if any widow have children or nephews, let them learn first to shew piety at home, and to requite their parents: for that is good and acceptable before God.
5 Now she that is a widow indeed, and desolate, trusteth in God, and continueth in supplications and prayers night and day.
6 But she that liveth in pleasure is dead while she liveth.
7 And these things give in charge, that they may be blameless.
8 But if any provide not for his own, and specially for those of his own house, he hath denied the faith, and is worse than an infidel.
9 Let not a widow be taken into the number under threescore years old, having been the wife of one man.
10 Well reported of for good works; if she have brought up children, if she have lodged strangers, if she have washed the saints' feet if she have relieved the afflicted, if she have diligently followed every good work.
11 But the younger widows refuse: for when they have begun to wax wanton against Christ, they will marry;
12 Having damnation, because they have cast off their first faith.
13 And withal they learn to be idle, wandering about from house to house; and not only idle, but tattlers also and busybodies, speaking things which they ought not.
14 I [Note 1] will therefore that the younger women marry,bear children, guide the house, give none occasion to the adversary to speak reproachfully.
15 For some are already turned aside after Satan
16 If any man or woman that believeth have widows, let them relieve them, and let not the Church be charged; that it may relieve them that are widows indeed.
17 Let the elders that rule well be counted worthy of double honour, especially they who labour in the word and doctrine.
18 For the scripture saith, thou shalt not muzzle the ox that treadeth out the corn. And, The labourer is worthy of his reward.
19 Against an elder receive not an accusation, but before two or three witnesses.
20 Them that sin ebuke before all, that others also may fear.
21 I charge thee [Note 2] before God, and the Lord Jesus Christ, and the elect angels, that thou observe these things without preferring one before another, doing nothing by partiality.
22 Lay hands suddenly on no man, neither be partaker of other men's sins: keep thyself pure.
23 Drink no longer water, but use a little wine for thy stomach's sake and thine often infirmities.
24 Some men's sins are open beforehand, going before to judgment; and some men they follow after.
25 Likewise also the good works of some are manifest beforehand; and they that are otherwise cannot be hid.

Note 1: I = Paul
Note 2: thee = Timothy

1 Timothëus 5

1Bestraf een ouden man1) niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;
2De oude vrouwen als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.
3Eer de weduwen,3) die waarlijk weduwen zijn.4)
4Maar zo enige weduwe kinderen heeft, of5) kindskinderen, dat die leren eerst aan6) hun eigen huis godzaligheid7) oefenen, en den voorouderen wedervergelding te doen; want dat is goed en aangenaam voor God.
5Die nu waarlijk weduwe is, en alleen gelaten, die9) hoopt op God,10) en blijft in smekingen11) en gebeden nacht en dag.
6Maar die haar wellust volgt, die is levende gestorven.12)
7En beveel dit, opdat zij onberispelijk zijn.
8Doch zo iemand de zijnen,13) en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is14) erger dan een ongelovige.15)
9Dat een weduwe gekozen worde niet minder dan van zestig jaren,16) welke eens mans vrouw17) geweest zij;
10Getuigenis hebbende van goede werken: zo zij kinderen opgevoed heeft, zo zij gaarne heeft geherbergd, zo zij der heiligen voeten heeft gewassen,18) zo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zo zij alle goed werk nagetracht heeft.19)
11Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn21) tegen Christus,22) zo willen zij huwelijken;
12Hebbende haar oordeel,23) omdat zij haar eerste geloof24) hebben te niet gedaan.
13En meteen ook leren zij25) ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.
14Ik wil dan, dat26) de jonge weduwen huwelijken, kinderen telen, het huis regeren, geen oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.27)
15Want enigen hebben zich28) alrede afgewend achter den satan.29)
16Zo enig gelovig man, of gelovige vrouw weduwen heeft, dat die haar30) genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die31) waarlijk weduwen zijn,32) genoegzame hulp doen moge.
17Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig33) geacht worden, voornamelijk die arbeiden34) in het Woord en de leer.
18Want de Schrift zegt: Een dorsenden os35) zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn36) loon waardig.
19Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.
20Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.
21Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkoren engelen, dat gij deze dingen onderhoudt,39) zonder vooroordeel,40) niets doende naar toegenegenheid.41)
22Leg niemand haastelijk de handen42) op, en heb geen gemeenschap aan anderer zonden;43) bewaar uzelven rein.44)
23Drink niet langer water alleen, maar45) gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.46)
24Van sommige mensen zijn de zonden te voren openbaar,47) en gaan voor tot hun veroordeling;48) en in sommigen ook volgen zij na.49)
25Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is,50) kunnen niet verborgen worden.