der wet gedood:
De tegenstelling scheen te vereisen dat de apostel zou zeggen: De wet is u gedood, of gestorven, alzo de heersende macht der zonde door de wet, of de wet zelve, hier als de man gesteld wordt, die over ons heerst door hare dreigementen tegen de zonde, en aanritsingen tot de zonde vanwege de verkeerdheid onzes vleses, gelijk hij hierna Rom. 7:8 zal verklaren; maar de apostel heeft hetzelve liever omgekeerd, omdat het vreemd zou geschenen hebben zo hij gezegd had dat de wet van Christus gedood was, daar hij maar verstaat, dat de heersende macht der wet gedood was; hetwelk door deze wijze van spreken; wij zijn der wet gedood, dat is, de wet heeft deze dreigende en aanritsende macht niet meer over ons, dewijl wij dood voor haar zijn, wel zo bekwamelijk kan verstaan worden.