doe,:
Grieks werke, of volbrenge. De apostel neemt hier het woord doen, gelijk ook in het volgende, niet altijd van de uitwendige daad; want de wedergeborenen wandelen niet naar het vlees, maar naar den Geest, Rom. 8:1, hoewel zij hunne gebreken hebben, die zij met leedwezen beklagen, Job 9:2,3; Ps. 130:3; maar hij spreekt hier voornamelijk van de inwendige bewegingen de zonde, die hij haat en die de verdorven natuur in hem menigmaal doet rijzen tegen zijn dank, gelijk hij ook spreekt van de begeerlijkheid des vleses, Gal. 5:17, Alzo dat gij niet doet wat gij wilt; daar hij nochtans tevoren in Gal. 5:16 gezegd had: Wandelt naar den geest, en gij zult de begeerlijkheid des vleses niet volbrengen.