in het aanzien den steen Jaspis en Sardius gelijk;:
Door deze drie kostelijke stenen, waarvan de eerste van verscheidene kleuren is, de tweede van blinkende lijfverf, en de derde van levendig groen, wordt hier geschikt afgebeeld de velerlei heerlijkheid, en nochtans onveranderlijkheid van Gods wezen, dat alles ook met Zijn heerlijkheid bestraalt, en door Zijn sterkte ondersteunt. Doch hier moet opgemerkt worden, dat hier geen gelijkenis of gestalte van Gods aangezicht wordt aangetekend, opdat de mensen hieruit geen oorzaak zouden nemen om Hem af te beelden; gelijk Mozes van de verschijning van God op den berg Horeb in het vuur betuigt, Deut. 4:15; waarom ook in de verschijning, Jes. 6, Ezech. 1, en Ezech. 10, en Dan. 7, geen bijzondere gestaltenis des aanschijns wordt uitgedrukt; en hebben ook de Israelieten in het Oude Testament, onder den dekmantel van zulke verschijningen aan de profeten gedaan, nimmer God door enig beeld durven afbeelden, gelijk de apostelen en de eerste Evangelische Kerk ook zulks nimmer heeft bestaan, daar het strijdt tegen de uitgedrukte bevelen van God; Deut. 4:15,23; Jes. 40:18; Hand. 17:29; Rom. 1:23.