ja,:
Dat is, ja het geschiedde alzo; en wordt door de verdubbeling van deze twee woorden de grote begeerte van den profeet en van andere gelovigen uitgedrukt, en door de verandering der taal in het Grieks en Hebreeuws geschikt te kennen gegeven, dat deze wens den gelovigen Grieken of heidenen met de Hebreën of Joden gemeen is. Zie hierna Openb. 22:20.