Deze verborgenheid:
Niet van het lichamelijke huwelijk, maar van het geestelijke huwelijk, en de vereniging tussen Christus en Zijne gemeente, gelijk de apostel hier verklaart; welke vereniging hij ene verborgenheid noemt, omdat zulks van geen natuurlijk mens wordt begrepen, ja, wordt ook zelfs van geen verstand volkomen doorgrond, dan door het geloof bekend, dat Christus ons hoofd en onze bruidegom is, en wij Zijne geestelijke bruid en leden zijn, waardoor alle verworven weldaden en gaven, ter zaligheid nodig, van Christus in ons als Zijne ledematen vloeien.