oordeel ook mijzelven:
Dit wordt verstaan, niet van een oordeel der beproeving van onszelven, of wij in het geloof zijn en hoe wij met God staan, 1 Cor. 11:28, en 2 Cor. 13:5, maar van een oordeel, waardoor iemand zichzelven boven een ander verheft en prijst in zijn dienst; of beneden een ander stelt of misprijst, gelijk dit hier in sommigen bestraft wordt, dat de een Paulus boven Petrus, enz. verhief, en de ander wederom Petrus of Apollos, enz. boven hen zette. Dit is het, dat hij aan Gods oordeel hier onderwerpt, dewijl de mensen hierin menigmaal uit genegenheden oordelen, gelijk het volgende ook uitwijst.