Alrede zijt:
Dat is, gij beeldt uzelven in dat gij nu gans gelukkig zijt, en dat u in geestelijke gaven niet meer ontbreekt, maar dat gij de volmaaktheid in alles hebt verkregen en boven alle anderen uitmunt, gelijk een koning in zijn rijk. Hetwelk de apostel verwijtenswijze zegt, om hen daarna door zijn voorbeelden de aanmerking van zijn ellendigen staat tot nederigheid te vermanen. Zie dergelijke Openb. 3:17.