Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The other with a treacherous intent
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to the Philippians Chapter 1
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Paul and Timotheus, the servants of Jesus Christ, to all the saints in Christ Jesus which are at Philippi, with the bishops and deacons:
2 Grace be unto you, and peace, from God our Father and from the Lord Jesus Christ.
3 I thank my God upon every remembrance of you,
4 Always in every prayer of mine for you all making request with joy,
5 For your fellowship in the gospel from the first day until now;
6 Being confident of this very thing, that he which hath begun a good work in you will perform it until the day of Jesus Christ:
7 Even as it is meet for me to think this of you all, because I have you in my heart; inasmuch as both in my bonds, and in the defence and confirmation of the gospel, ye all are partakers of my grace.
8 For God is my record, how greatly I long after you all in the bowels of Jesus Christ.
9 And this I pray, that your love may abound yet more and more in knowledge and in all judgment;
10 That ye may approve things that are excellent; that ye may be sincere and without offence till the day of Christ.
11 Being filled with the fruits of righteousness, which are by Jesus Christ, unto the glory and praise of God.
12 But I would ye should understand, brethren, that the things which happened unto me have fallen out rather unto the furtherance of the gospel;
13 So that my bonds in Christ are manifest in all the palace, and in all other places;
14 And many of the brethren in the Lord, waxing confident by my bonds, are much more bold to speak the word without fear.
15 Some indeed preach Christ even of envy and strife; and some also of good will:
16 The one preach Christ of contention, not sincerely, supposing to add affliction to my bonds:
17 But the other of love, knowing that I am set for the defence of the gospel.
18 What then? notwithstanding, every way, whether in pretence, or in truth, Christ is preached; and I therein do rejoice, yea, and will rejoice.
19 For I know that this shall turn to my salvation through your prayer, and the supply of the Spirit of Jesus Christ,
20 According to my earnest expectation and my hope, that in nothing I shall be ashamed, but that with all boldness, as always, so now also Christ shall be magnified in my body, whether it be by life, or by death.
21 For to me to live is Christ, and to die is gain.
22 But if I live in the flesh, this is the fruit of my labour: yet what I shall choose I wot not.
23 For I am in a strait betwixt two, having a desire to depart, and to be with Christ; which is far better:
24 Nevertheless to abide in the flesh is more needful for you.
25 And having this confidence, I know that I shall abide and continue with you all for your furtherance and joy of faith;
26 That your rejoicing may be more abundant in Jesus Christ for me by my coming to you again.
27 Only let your conversation be as it becometh the gospel of Christ: that whether I come and see you, or else be absent, I may hear of your affairs, that ye stand fast in one spirit, with one mind striving together for the faith of the gospel;
28 And in nothing terrified by your adversaries: which is to them an evident token of perdition, but to you of salvation, and that of God.
29 For unto you it is given in the behalf of Christ, not only to believe on him, but also to suffer for his sake;
30 Having the same conflict which ye saw in me, and now hear to be in me.

Filippensen 1

1Paulus en Timotheus,1) dienstknechten van Jezus Christus, al den heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn,2) met de opzieners3) en diakenen:4)
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk.
4(Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende)
5Over5) uw gemeenschap6) aan het Evangelie, van den eersten dag7) af tot nu toe;
6Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die8) in u een goed werk9) begonnen heeft, dat voleindigen10) zal tot op den dag van11) Jezus Christus;
7Gelijk het bij mij recht is,12) dat ik van u allen dit gevoel, omdat ik in mijn hart houde, dat gij, beide in mijn banden, en in mijn verantwoording13) en bevestiging van het Evangelie, gij allen, zeg ik, mijner genade14) mede deelachtig zijt.
8Want God is mijn15) Getuige, hoezeer ik begerig ben16) naar u allen, met innerlijke17) bewegingen van Jezus Christus.18)
9En dit bid ik God, dat uw liefde nog19) meer en meer overvloedig worde in erkentenis20) en alle gevoelen;21)
10Opdat gij beproeft22) de dingen, die23) daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt,24) en zonder aanstoot25) te geven, tot den dag van Christus;26)
11Vervuld met vruchten der gerechtigheid,27) die door Jezus Christus28) zijn tot heerlijkheid29) en prijs van God.
12En ik wil, dat30) gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij31) is geschied, meer tot bevordering32) van het Evangelie gekomen is;
13Alzo dat mijn banden33) in Christus34) openbaar geworden zijn in het ganse35) rechthuis, en aan alle anderen;36)
14En dat het meerder deel der broederen in den Heere, door mijn banden37) vertrouwen gekregen38) hebbende, overvloediger het Woord onbevreesd39) durven spreken.
15Sommigen prediken40) ook wel Christus door nijd en41) twist, maar42) sommigen ook door goedwilligheid.43)
16Genen verkondigen wel Christus uit twisting, niet zuiver,44) menende aan mijn banden verdrukking toe45) te brengen;
17Doch dezen uit liefde,46) dewijl zij weten, dat ik tot verantwoording47) van het Evangelie gezet ben.48)
18Wat dan?49) Nochtans wordt Christus op allerlei wijze,50) hetzij onder een deksel,51) hetzij in der waarheid,52) verkondigd; en daarin verblijd53) ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden.
19Want ik weet, dat dit mij54) ter zaligheid gedijen zal, door uw gebed55) en toebrenging des Geestes van Jezus Christus.
20Volgens mijn ernstige verwachting56) en hoop, dat ik in geen zaak zal beschaamd worden;57) maar dat in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd,58) alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt59) worden in mijn lichaam,60) hetzij door het leven,61) hetzij door den dood.62)
21Want63) het leven is mij64) Christus, en het sterven is65) mij gewin.
22Maar of te leven in66) het vlees, hetzelve mij67) oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal,68) weet ik niet.69)
23Want ik word van deze twee70) gedrongen,71) hebbende begeerte, om ontbonden te72) worden en met Christus73) te zijn; want dat is zeer verre het beste.74)
24Maar in het vlees75) te blijven, is nodiger om uwentwil.76)
25En dit vertrouw77) en weet ik, dat ik zal blijven, en78) met u allen79) zal verblijven tot uw bevordering80) en blijdschap des geloofs;81)
26Opdat uw roem in Christus82) Jezus overvloedig zij aan mij, door83) mijn tegenwoordigheid84) wederom bij u.
27Alleenlijk wandelt85) waardiglijk het86) Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen, dat gij staat in een geest, met een gemoed87) gezamenlijk strijdende door het geloof des Evangelies;
28En dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen, die tegenstaan;88) hetwelk hun wel89) een bewijs is90) des verderfs, maar u der zaligheid,91) en dat van God.92)
29Want u is uit genade93) gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven,94) maar ook voor Hem95) te lijden;96)
30Denzelfden strijd hebbende,97) hoedanigen gij in mij gezien98) hebt, en nu in mij hoort.99)