Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: He was brave in battle, ready of speech,
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter to the Hebrews Chapter 5
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 For every High Priest taken from among men is ordained for men in things pertaining to God, that he may offer both gifts and sacrifices for sins:
2 Who can have compassion on the ignorant, and on them that are out of the way; for that he himself also is compassed with infirmity.
3 And by reason hereof he ought, as for the people, so also for himself, to offer for sins.
4 And no man taketh this honour unto himself, but he that is called of God, as was Aaron.
5 So also Christ glorified not himself to be made an high priest; but he that said unto him, Thou art my Son, to day have I begotten thee.
6 As he saith also in another place, Thou art a priest for ever after the order of Melchisedec.
7 Who in the days of his flesh, when he had offered up prayers and supplications with strong crying and tears unto him that was able to save him from death, and was heard in that he feared;
8 Though he were a Son, yet learned he obedience by the things which he suffered;
9 And being made perfect, he became the author of eternal salvation unto all them that obey him;
10 Called of God an high priest after the order of Melchisedec.
11 Of whom we have many things to say, and hard to be uttered, seeing ye are dull of hearing.
12 For when for the time ye ought to be teachers, ye have need that one teach you again which be the first principles of the oracles of God; and are become such as have need of milk, and not of strong meat.
13 For every one that useth milk is unskilful in the word of righteousness: for he is a babe.
14 But strong meat belongeth to them that are of full age, even those who by reason of use have their senses exercised to discern both good and evil.

Hebrëen 5

1Want alle hogepriester,1) uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen2) in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen3) voor de zonden;
2Die behoorlijk medelijden4) kan hebben met de onwetenden5) en dwalenden, overmits hij ook zelf met zwakheid omvangen is;6)
3En om derzelver zwakheid wil moet hij gelijk7) voor het volk, alzo ook voor zichzelven,8) offeren voor de zonden.
4En niemand neemt zichzelven9) die eer aan,10) maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aaron.
5Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft:11) Gij zijt Mijn Zoon,12) heden heb Ik U gegenereerd.
6Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: 13)Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.14)
7Die in de dagen Zijns vleses,15) gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen16) geofferd hebbende,17) en verhoord zijnde uit de vreze.18)
8Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft19), uit hetgeen Hij heeft geleden.
9En geheiligd zijnde,20) is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn,21) een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;
10En is van God genaamd een Hogepriester,22) naar de ordening van Melchizedek.
11Van Denwelken wij hebben23) vele dingen,24) en zwaar om te verklaren, te zeggen, dewijl gij25) traag om te horen26) geworden zijt.
12Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd,27) hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn28) der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben,29) en niet vaste spijze.30)
13Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind.
14Maar der volmaakten is31) de vaste spijze,32) die door de gewoonheid33) de zinnen geoefend hebben,34) tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.