Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Buried in the shades of his gardens, lik
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Letter of Paul to the Galathians Chapter 6
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Brethren, if a man be overtaken in a fault, ye which are spiritual, restore such an one in the spirit of meekness; considering thyself, lest thou also be tempted.
2 Bear ye one another's burdens, and so fulfil the law of Christ.
3 For if a man think himself to be something, when he is nothing, he deceiveth himself.
4 But let every man prove his own work, and then shall he have rejoicing in himself alone, and not in another.
5 For every man shall bear his own burden.
6 Let him that is taught in the word communicate unto him that teacheth in all good things.
7 Be not deceived; God is not mocked: for whatsoever a man soweth, that shall he also reap.
8 For he that soweth to his flesh shall of the flesh reap corruption; but he that soweth to the Spirit shall of the Spirit reap life everlasting.
9 And let us not be weary in well doing: for in due season we shall reap, if we faint not.
10 As we have therefore opportunity, let us do good unto all men, especially unto them who are of the household of faith.
11 Ye see how large a letter I [Note 1] have written unto you with mine own hand.
12 As many as desire to make a fair shew in the flesh, they constrain you to be circumcised; only lest they should suffer persecution for the cross of Christ.
13 For neither they themselves who are circumcised keep the law; but desire to have you circumcised, that they may glory in your flesh.
14 But God forbid that I should glory, save in the cross of our Lord Jesus Christ, by whom the world is crucified unto me, and I unto the world.
15 For in Christ Jesus neither circumcision availeth any thing, nor uncircumcision, but a new creature.
16 And as many as walk according to this rule, peace be on them, and mercy, and upon the Israel of God.
17 From henceforth let no man trouble me: for I bear in my body the marks of the Lord Jesus.
18 Brethren, the grace of our Lord Jesus Christ be with your spirit.

Note 1: I = Paul

Galaten 6

1Broeders, indien ook een mens vervallen ware1) door2) enige misdaad, gij,3) die geestelijk zijt,4) brengt den zodanige5) te recht met den geest der6) zachtmoedigheid; ziende op uzelven,7) opdat ook gij niet verzocht wordt.8)
2Draagt elkanders9) lasten, en10) vervult alzo11) de wet van Christus.12)
3Want zo iemand meent iets te zijn,13) daar hij niets14) is, die bedriegt zichzelven15) in zijn gemoed.
4Maar een iegelijk beproeve16) zijn eigen werk;17) en alsdan zal hij18) aan zichzelven19) alleen roem hebben,20) en niet aan een anderen.21)
5Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen.
6En die onderwezen wordt22) in het Woord,23) dele mede24) van alle goederen25) dengene, die hem onderwijst.26)
7Dwaalt niet;27) God laat Zich niet bespotten; want28) zo wat de mens zaait,29) dat zal hij ook maaien.
8Want die in zijn eigen vlees30) zaait, zal uit het vlees31) verderfenis32) maaien; maar die33) in den Geest zaait,34) zal uit den Geest35) het eeuwige leven maaien.36)
9Doch laat ons, goed doende,37) niet vertragen;38) want te zijner tijd39) zullen wij maaien, zo wij40) niet verslappen.41)
10Zo dan, terwijl wij tijd42) hebben, laat ons goed doen aan43) allen, maar meest44) aan de huisgenoten des geloofs.45)
11Ziet,46) hoe groten brief47) ik u geschreven heb met mijn hand.
12Al degenen, die een schoon49) gelaat willen tonen naar het vlees,50) die noodzaken u besneden te worden, alleenlijk opdat zij vanwege het kruis51) van Christus niet zouden vervolgd worden.52)
13Want ook zijzelven, die besneden worden,53) houden de wet niet;54) maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen55) zouden.
14Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van56) onzen Heere Jezus Christus; door Welken57) de wereld58) mij gekruisigd is,59) en ik der wereld.60)
15Want in Christus Jezus61) heeft noch besnijdenis enige kracht,62) noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.63)
16En zovelen als er naar dezen regel64) zullen wandelen, over dezelve zal zijn65) vrede en66) barmhartigheid, en67) over het Israel Gods.68)
17Voorts, niemand doe mij69) moeite aan; want ik draag de littekenen van70) den Heere Jezus in mijn lichaam.
18De genade van71) onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.72)