Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Civilis had also thrown a dam obliquely
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Acts chapter 10
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Ascension of Jesus

1 The former treatise have I made, O Theophilus, of all that Jesus began both to do and teach,
2 Until the day in which he was taken up, after that he through the Holy Ghost had given commandments unto the apostles whom he had chosen:
3 To whom also he shewed himself alive after his passion by many infallible proofs, being seen of them forty days, and speaking of the things pertaining to the kingdom of God:
4 And, being assembled together with them, commanded them that they should not depart from Jerusalem, but wait for the promise of the Father, which, saith he, ye have heard of me.
5 For John truly baptized with water; but ye shall be baptized with the Holy Ghost not many days hence.
6 When they therefore were come together, they asked of him, saying, Lord, wilt thou at this time restore again the kingdom to Israel
7 And he said unto them, It is not for you to know the times or the seasons, which the Father hath put in his own power.
8 But ye shall receive power, after that the Holy Ghost is come upon you: and ye shall be witnesses unto me both in Jerusalem, and in all Judaea, and in Samaria, and unto the uttermost part of the earth.
9 And when he had spoken these things, while they beheld, he was taken up; and a cloud received him out of their sight.
10 And while they looked stedfastly toward heaven as he went up, behold, two men stood by them in white apparel;
11 Which also said, Ye men of Galilee, why stand ye gazing up into heaven? this same Jesus, which is taken up from you into heaven, shall so come in like manner as ye have seen him go into heaven.
12 Then returned they unto Jerusalem from the mount called Olivet, which is from Jerusalem a sabbath day's journey.

Selection of a new Apostle

13 And when they were come in, they went up into an upper room, where abode both Peter, and James, and John, and Andrew, Philip, and Thomas, Bartholomew, and Matthew, James the son of Alphaeus, and Simon Zelotes, and Judas the brother of James.
14 These all continued with one accord in prayer and supplication, with the women, and Mary the mother of Jesus, and with his brethren.
15 And in those days Peter stood up in the midst of the disciples, and said, (the number of names together were about an hundred and twenty,)
16 Men and brethren, this scripture must needs have been fulfilled, which the Holy Ghost by the mouth of David spake before concerning Judas, which was guide to them that took Jesus.
17 For he was numbered with us, and had obtained part of this ministry.
18 Now this man purchased a field with the reward of iniquity; and falling headlong, he burst asunder in the midst, and all his bowels gushed out.
19 And it was known unto all the dwellers at Jerusalem; insomuch as that field is called in their proper tongue, Aceldama, that is to say, The field of blood.
20 For it is written in the book of Psalms, Let his habitation be desolate, and let no man dwell therein: and his bishoprick let another take.
21 Wherefore of these men which have companied with us all the time that the Lord Jesus went in and out among us,
22 Beginning from the baptism of John, unto that same day that he was taken up from us, must one be ordained to be a witness with us of his resurrection.
23 And they appointed two, Joseph, called Barsabas, who was surnamed Justus, and Matthias.
24 And they prayed, and said, Thou, Lord, which knowest the hearts of all men, shew whether of these two thou hast chosen,
25 That he may take part of this ministry and apostleship, from which Judas by transgression fell, that he might go to his own place.
26 And they gave forth their lots; and the lot fell upon Matthias; and he was numbered with the eleven apostles.

Events: Ascension of Jesus, Selection of a new Apostle, The Betrayal of Judas

Handelingen 1

1Het eerste boek1) heb ik gemaakt, o Theofilus,2) van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;
2Tot op den dag, in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den3) Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren4) had, bevelen had5) gegeven.
3Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft,6) met vele gewisse kentekenen,7) veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
4En als Hij met hen8) vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte9) des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt.
5Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen10) Geest gedoopt worden, niet lang na11) deze dagen.
6Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel12) het Koninkrijk13) wederoprichten?
7En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden,14) die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
8Maar gij zult15) ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen16) zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
9En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen,17) daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg18) van hun ogen.
10En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen19) stonden bij hen in witte kleding;20)
11Welke ook zeiden: Gij Galilese21) mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen,22) gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
12Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg,23) welke is nabij Jeruzalem, liggende van24) daar een sabbatsreize.25)
13En als zij ingekomen waren,26) gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus,27) en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas,28) de broeder van Jakobus.
14Deze allen waren eendrachtelijk volhardende29) in het bidden en smeken, met de vrouwen,30) en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.31)
15En in dezelve32) dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen):33)
16Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen;
17Want hij was met ons gerekend,34) en had het lot dezer35) bediening verkregen.
18Deze dan heeft verworven36) een akker,37) door het loon38) der ongerechtigheid,39) en voorwaarts40) overgevallen41) zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.
19En het is bekend geworden42) allen, die te Jeruzalem wonen, alzo dat die akker in hun eigen43) taal genoemd wordt Akeldama, dat is, een akker des bloeds.44)
20Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.
21Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons ongedaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan46) is,
22Beginnende van den doop47) van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, een derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding.48)
23En zij stelden er twee, Jozef,49) genaamd Barsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias.
24En zij baden en zeiden: Gij Heere!50) Gij Kenner der51) harten van allen, wijs van deze52) twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt;
25Om te ontvangen het lot dezer53) bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is,54) dat hij heenging in zijn eigen55) plaats.
26En zij wierpen hun56) loten; en het lot viel op Matthias,57) en hij werd met gemene58) toestemming tot de elf apostelen gekozen.