Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: There was a firm persuasion, that in the
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Seond letter of Paul to Timotheus Chapter 1
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Paul, an apostle of Jesus Christ by the will of God, according to the promise of life which is in Christ Jesus,
2 To Timothy, my dearly beloved son: Grace, mercy, and peace, from God the Father and Christ Jesus our Lord.
3 I thank God, whom I serve from my forefathers with pure conscience, that without ceasing I have remembrance of thee in my prayers night and day;
4 Greatly desiring to see thee, being mindful of thy tears, that I may be filled with joy;
5 When I call to remembrance the unfeigned faith that is in thee, which dwelt first in thy grandmother Lois, and thy mother Eunice; and I am persuaded that in thee also.
6 Wherefore I put thee in remembrance that thou stir up the gift of God, which is in thee by the putting on of my hands.
7 For God hath not given us the spirit of fear; but of power, and of love, and of a sound mind.
8 Be not thou therefore ashamed of the testimony of our Lord, nor of me his prisoner: but be thou partaker of the afflictions of the gospel according to the power of God;
9 Who hath saved us, and called us with an holy calling, not according to our works, but according to his own purpose and grace, which was given us in Christ Jesus before the world began,
10 But is now made manifest by the appearing of our Saviour Jesus Christ, who hath abolished death, and hath brought life and immortality to light through the gospel:
11 Whereunto I am appointed a preacher, and an apostle, and a teacher of the Gentiles.
12 For the which cause I also suffer these things: nevertheless I am not ashamed: for I know whom I have believed, and am persuaded that he is able to keep that which I have committed unto him against that day.
13 Hold fast the form of sound words, which thou hast heard of me, in faith and love which is in Christ Jesus.
14 That good thing which was committed unto thee keep by the Holy Ghost which dwelleth in us.
15 This thou knowest, that all they which are in Asia turned away from me; of whom are Phygellus and Hermogenes
16 The Lord give mercy unto the house of Onesiphorus; for he oft refreshed me, and was not ashamed of my chain:
17 But, when he was in Rome, he sought me out very diligently, and found me.
18 The Lord grant unto him that he may find mercy of the Lord in that day: and in how many things he ministered unto me at Ephesus, thou knowest very well.

2 Timothëus 1

1Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God,1) naar de belofte des levens,2) dat in Christus Jezus is,
2Aan Timotheus, mijn geliefden3) zoon: genade,4) barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en Christus Jezus, onzen Heere.
3Ik dank God,5) Wien ik diene van mijn voorouderen aan6) in een rein geweten,7) gelijk ik zonder ophouden uwer gedachtig ben in mijn gebeden nacht en dag;
4Zeer begerig zijnde om u te zien, als ik gedenk aan uw tranen, opdat ik8) met blijdschap9) moge vervuld worden;
5Als ik mij in gedachtenis10) breng het ongeveinsd geloof,11) dat in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw12) grootmoeder Lois,13) en in uw moeder Eunice; en14) ik ben verzekerd,15) dat het ook in u woont.
6Om welke oorzaak ik u indachtig maak, dat gij opwekt16) de gave Gods,17) die in u is, door de oplegging18) mijner handen.19)
7Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid,20) maar der kracht, en der liefde,21) en der gematigdheid.22)
8Schaam u dan niet der getuigenis onzes Heeren,23) noch mijns, die Zijn gevangene ben; maar lijd24) verdrukkingen met het Evangelie,25) naar de kracht Gods;26)
9Die ons heeft zalig gemaakt, en27) geroepen28) met een heilige roeping;29) niet naar onze werken,30) maar naar Zijn eigen voornemen en31) genade,32) die ons gegeven is33) in Christus Jezus,34) voor de tijden der eeuwen;35)
10Doch nu geopenbaard is door de verschijning van36) onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft37) te niet gedaan, en38) het leven en de onverderfelijkheid39) aan het licht gebracht40) door het Evangelie;
11Waartoe ik41) gesteld ben een prediker,42) en een apostel, en een leraar der heidenen;
12Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde,43) maar word niet beschaamd; want44) ik weet, Wien ik geloofd heb,45) en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is,46) mijn pand, bij Hem47) weggelegd, te bewaren tot dien dag.48)
13Houd het voorbeeld49) der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde,50) die in Christus Jezus is.51)
14Bewaar het goede pand,52) dat u toebetrouwd is,53) door den Heiligen Geest,54) Die in ons woont.55)
15Gij weet dit, dat allen, die in Azie zijn,56) zich van mij afgewend hebben;57) onder dewelke is Fygellus en Hermogenes.
16De Heere geve den huize van Onesiforus58) barmhartigheid;59) want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich60) mijner keten niet geschaamd.61)
17Maar als hij te Rome gekomen was, heeft hij mij zeer naarstiglijk gezocht, en heeft mij gevonden.62)
18De Heere geve hem, dat hij barmhartigheid63) vinde bij den Heere,64) in dien dag;65) en hoeveel hij mij te Efeze gediend heeft,66) weet gij zeer wel.67)