Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
No links to documents found
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Second letter of Peter Chapter 1
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Simon Peter, a servant and an apostle of Jesus Christ, to them that have obtained like precious faith with us through the righteousness of God and our Saviour Jesus Christ:
2 Grace and peace be multiplied unto you through the knowledge of God, and of Jesus our Lord,
3 According as his divine power hath given unto us all things that pertain unto life and godliness, through the knowledge of him that hath called us to glory and virtue:
4 Whereby are given unto us exceeding great and precious promises: that by these ye might be partakers of the divine nature, having escaped the corruption that is in the world through lust.
5 And beside this, giving all diligence, add to your faith virtue; and to virtue knowledge;
6 And to knowledge temperance; and to temperance patience; and to patience godliness;
7 And to godliness brotherly kindness; and to brotherly kindness charity.
8 For if these things be in you, and abound, they make you that ye shall neither be barren nor unfruitful in the knowledge of our Lord Jesus Christ.
9 But he that lacketh these things is blind, and cannot see afar off, and hath forgotten that he was purged from his old sins.
10 Wherefore the rather, brethren, give diligence to make your calling and election sure: for if ye do these things, ye shall never fall:
11 For so an entrance shall be ministered unto you abundantly into the everlasting kingdom of our Lord and Saviour Jesus Christ.
12 Wherefore I will not be negligent to put you always in remembrance of these things, though ye know them, and be established in the present truth.
13 Yea, I think it meet, as long as I am in this tabernacle, to stir you up by putting you in remembrance;
14 Knowing that shortly I must put off this my tabernacle, even as our Lord Jesus Christ hath shewed me.
15 Moreover I will endeavour that ye may be able after my decease to have these things always in remembrance.
16 For we have not followed cunningly devised fables, when we made known unto you the power and coming of our Lord Jesus Christ, but were eyewitnesses of his majesty.
17 For he received from God the Father honour and glory, when there came such a voice to him from the excellent glory, This is my beloved son, in whom I am well pleased.
18 And this voice which came from heaven we heard, when we were with him in the holy mount
19 We have also a more sure word of prophecy; whereunto ye do well that ye take heed, as unto a light that shineth in a dark place, until the day dawn, and the day star arise in your hearts:
20 Knowing this first, that no prophecy of the scripture is of any private interpretation.
21 For the prophecy came not in old time by the will of man: but holy men of God spake as they were moved by the Holy Ghost.

2 Petrus 1

1Simeon Petrus,2)1) een dienstknecht en3) apostel van Jezus Christus,4) aan degenen, die even dierbaar geloof6) met ons verkregen hebben,7) door de rechtvaardigheid8) van onzen God en Zaligmaker,9) Jezus Christus;
2Genade en vrede zij u vermenigvuldigd10) door de kennis van11) God, en van Jezus,12) onzen Heere;
3Gelijk ons Zijn Goddelijke13) kracht alles, wat tot het leven en14) de godzaligheid15) behoort, geschonken heeft,16) door de kennis Desgenen, Die ons17) geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;18)
4Door welke ons19) de grootste en20) dierbare beloften geschonken zijn,21) opdat gij door dezelve22) der goddelijke natuur23) deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden24) zijt het verderf,25) dat in de wereld is door de begeerlijkheid.
5En gij,26) tot hetzelve ook27) alle naarstigheid toebrengende, voegt28) bij uw geloof29) deugd, en bij30) de deugd kennis,31)
6En bij de kennis matigheid, en bij32) de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,33)
7En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.34)
8Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch35) onvruchtbaar36) laten37) in de kennis van38) onzen Heere Jezus Christus.
9Want bij welken deze dingen niet zijn, die is blind,39) van verre niet ziende,40) hebbende vergeten41) de reiniging zijner vorige zonden.42)
10Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing43) vast te maken;44) want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.45)
11Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het46) eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.
12Daarom zal ik niet verzuimen u altijd daarvan te vermanen,47) hoewel gij het weet, en in de tegenwoordige48) waarheid versterkt zijt.49)
13En ik acht het recht te zijn,50) zolang ik in deze tabernakel ben,51) dat ik u opwekke door vermaning;52)
14Alzo ik weet, dat de aflegging mijns tabernakels haast zijn zal, gelijkerwijs ook onze Heere Jezus Christus mij heeft geopenbaard.
15Doch ik zal ook naarstigheid doen bij alle gelegenheid,53) dat gij na mijn uitgang van deze dingen gedachtenis moogt hebben.55)
16Want wij zijn geen kunstelijk verdichte fabelen nagevolgd,56) als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onze Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit.58)
17Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige59) heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.
18En deze stem hebben wij gehoord,60) als zij van de hemel gebracht is geweest, toen wij met Hem op de heilige berg waren.61)
19En wij hebben het profetische woord,62) dat zeer vast is,63) en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt,64) als op een licht, schijnende65) in een duistere plaats,66) totdat de dag aanlichte,67) en de morgenster68) opga in uw harten.69)
20Dit eerst wetende, dat geen profetie71) der Schrift is van eigen uitlegging;
21Want de profetie is73) voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen,74) maar de heilige mensen Gods75) van den Heilige Geest76) gedreven zijnde,77) hebben ze gesproken.78)