Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: There was a firm persuasion, that in the
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Second letter of John Chapter 1
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 The elder unto the elect lady and her children, whom I [Note 1] love in the truth; and not I only, but also all they that have known the truth;
2 For the truth's sake, which dwelleth in us, and shall be with us for ever.
3 Grace be with you, mercy, and peace, from God the Father, and from the Lord Jesus Christ , the son of the Father, in truth and love.
4 I rejoiced greatly that I found of thy children walking in truth, as we have received a commandment from the Father.
5 And now I beseech thee, lady, not as though I wrote a new commandment unto thee, but that which we had from the beginning, that we love one another.
6 And this is love, that we walk after his commandments. This is the commandment, That, as ye have heard from the beginning, ye should walk in it.
7 For many deceivers are entered into the world, who confess not that Jesus Christ is come in the flesh. This is a deceiver and an antichrist.
8 Look to yourselves, that we lose not those things which we have wrought, but that we receive a full reward.
9 Whosoever transgresseth, and abideth not in the doctrine of Christ, hath not God. He that abideth in the doctrine of Christ, he hath both the Father and the Son.
10 If there come any unto you, and bring not this doctrine, receive him not into your house, neither bid him God speed:
11 For he that biddeth him God speed is partaker of his evil deeds.
12 Having many things to write unto you, I would not write with paper and ink: but I trust to come unto you, and speak face to face, that our joy may be full.
13 The children of thy elect sister greet thee. Amen.

Note 1: I = John

2 Johannes 1

1De ouderling aan de1) uitverkoren2) vrouwe en aan3) haar kinderen, die ik4) in waarheid liefheb,5) en niet alleen ik, maar ook allen, die6) de waarheid gekend7) hebben;
2Om der waarheid wil,8) die in ons blijft,9) en met ons zal zijn in der eeuwigheid:
3Genade,10) barmhartigheid, vrede zij met u11)lieden van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.12)
4Ik ben zeer verblijd geweest, dat ik van uw kinderen13) gevonden heb, die in de waarheid14) wandelen, gelijk wij een gebod ontvangen hebben van den Vader.15)
5En nu bid ik u, uitverkoren vrouwe, niet als u schrijvende een nieuw gebod,16) maar hetgeen wij gehad hebben van den beginne, namelijk dat wij elkander liefhebben.
6En dit is de liefde,17) dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod, gelijk gijlieden van den beginne18) gehoord hebt, dat gij in hetzelve zoudt19) wandelen.
7Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden,20) dat Jezus Christus21) in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist.22)
8Ziet toe voor uzelven,23) dat wij niet verliezen,24) hetgeen wij gearbeid hebben, maar een vol25) loon mogen ontvangen.26)
9Een iegelijk, die overtreedt,27) en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet;28) die in de leer van Christus blijft, deze heeft beiden den Vader29) en den Zoon.
10Indien iemand tot ulieden komt,30) en deze leer niet31) brengt,32) ontvangt hem niet33) in huis, en zegt tot hem niet: Zijt gegroet.34)
11Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap35) aan zijn boze werken.36)
12Ik heb veel aan ulieden37) te schrijven, doch ik heb niet gewild door papier en inkt;38) maar ik hoop tot ulieden te komen, en mond tot mond39) met u te spreken, opdat onze blijdschap40) volkomen moge zijn.41)
13U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.42)