Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: No one sought promotion in that court by
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

Second letter of Paul to the Corinthians Chapter 4
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Therefore seeing we have this ministry, as we have received mercy, we faint not;
2 But have renounced the hidden things of dishonesty, not walking in craftiness, nor handling the word of God deceitfully; but by manifestation of the truth commending ourselves to every man's conscience in the sight of God.
3 But if our gospel be hid, it is hid to them that are lost:
4 In whom the god of this world hath blinded the minds of them which believe not, lest the light of the glorious gospel of Christ, who is the image of God, should shine unto them.
5 For we preach not ourselves, but Christ Jesus the Lord; and ourselves your servants for Jesus' sake.
6 For God, who commanded the light to shine out of darkness, hath shined in our hearts, to give the light of the knowledge of the glory of God in the face of Jesus Christ.
7 But we have this treasure in earthen vessels that the excellency of the power may be of God, and not of us.
8 We are troubled on every side, yet not distressed; we are perplexed, but not in despair;
9 Persecuted, but not forsaken; cast down, but not destroyed;
10 Always bearing about in the body the dying of the Lord Jesus, that the life also of Jesus might be made manifest in our body.
11 For we which live are alway delivered unto death for Jesus' sake, that the life also of Jesus might be made manifest in our mortal flesh.
12 So then death worketh in us, but life in you.
13 We having the same spirit of faith, according as it is written, I [Note 1] believed, and therefore have I spoken; we also believe, and therefore speak;
14 Knowing that he which raised up the Lord Jesus shall raise up us also by Jesus, and shall present us with you.
15 For all things are for your sakes, that the abundant grace might through the thanksgiving of many redound to the glory of God.
16 For which cause we faint not; but though our outward man perish, yet the inward man is renewed day by day.
17 For our light affliction, which is but for a moment, worketh for us a far more exceeding and eternal weight of glory;
18 While we look not at the things which are seen, but at the things which are not seen: for the things which are seen are temporal; but the things which are not seen are eternal.

Note 1: I = Paul

2 Korinthiërs 4

1Daarom dewijl wij deze bediening1) hebben, naar de barmhartigheid, die ons geschied is, zo vertragen wij niet;2)
2Maar wij hebben verworpen3) de bedekselen der4) schande, niet wandelende in arglistigheid, noch het Woord Gods vervalsende, maar door openbaring der waarheid onszelven aangenaam makende5) bij alle gewetens der mensen, in de tegenwoordigheid Gods.
3Doch indien ook ons Evangelie bedekt is, zo is het bedekt in degenen, die verloren gaan;
4In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.10)
5Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil.
6Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten12) geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van14) Jezus Christus.
7Maar wij hebben dezen schat in15) aarden vaten, opdat16) de uitnemendheid der kracht17) zij van God, en niet uit ons;
8Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd;19) twijfelmoedig, doch niet mismoedig;
9Vervolgd, doch niet daarin verlaten; nedergeworpen, doch niet verdorven;
10Altijd de doding van den Heere Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus21) in ons lichaam zou geopenbaard worden.
11Want wij, die leven, worden altijd in den dood overgegeven om Jezus' wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.
12Zo dan, de dood werkt22) wel in ons, maar het leven in23) ulieden.
13Dewijl wij nu denzelfden Geest24) des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd,25) daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook;26)
14Wetende, dat Hij, Die den Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken, en met ulieden daar27) zal stellen.
15Want al deze dingen zijn28) om uwentwil, opdat de vermenigvuldigde29) genade, door de dankzegging van velen, overvloedig worde ter heerlijkheid Gods.
16Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens30) verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd31) van dag tot dag.
17Want onze lichte verdrukking,32) die zeer haast33) voorbij gaat, werkt ons een gans34) zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;
18Dewijl wij niet aanmerken de dingen35), die men ziet, maar de dingen36), die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.