Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The more common report is that Remus con
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Paul to the Timotheus Chapter 6
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Let as many servants as are under the yoke count their own masters worthy of all honour, that the name of God and his doctrine be not blasphemed.
2 And they that have believing masters, let them not despise them, because they are brethren; but rather do them service, because they are faithful and beloved, partakers of the benefit. These things teach and exhort.
3 If any man teach otherwise, and consent not to wholesome words, even the words of our Lord Jesus Christ, and to the doctrine which is according to godliness;
4 He is proud, knowing nothing, but doting about questions and strifes of words, whereof cometh envy, strife, railings, evil surmisings,
5 Perverse disputings of men of corrupt minds, and destitute of the truth, supposing that gain is godliness: from such withdraw thyself.
6 But godliness with contentment is great gain.
7 For we brought nothing into this world, and it is certain we can carry nothing out.
8 And having food and raiment let us be therewith content.
9 But they that will be rich fall into temptation and a snare, and into many foolish and hurtful lusts, which drown men in destruction and perdition.
10 For the love of money is the root of all evil: which while some coveted after, they have erred from the faith, and pierced themselves through with many sorrows.
11 But thou, O man of God, flee these things; and follow after righteousness, godliness, faith, love, patience, meekness.
12 Fight the good fight of faith, lay hold on eternal life, whereunto thou art also called, and hast professed a good profession before many witnesses.
13 I [Note 1] give thee charge in the sight of God, who quickeneth all things, and before Christ Jesus, who before Pontius Pilate witnessed a good confession;
14 That thou keep this commandment without spot, unrebukable, until the appearing of our Lord Jesus Christ:
15 Which in his times he shall shew, who is the blessed and only Potentate, the King of kings, and Lord of lords;
16 Who only hath immortality, dwelling in the light which no man can approach unto; whom no man hath seen, nor can see: to whom be honour and power everlasting. Amen.
17 Charge them that are rich in this world, that they be not highminded, nor trust in uncertain riches, but in the living God, who giveth us richly all things to enjoy;
18 That they do good, that they be rich in good works, ready to distribute, willing to communicate;
19 Laying up in store for themselves a good foundation against the time to come, that they may lay hold on eternal life.
20 O Timothy, keep that which is committed to thy trust, avoiding profane and vain babblings, and oppositions of science falsely so called:
21 Which some professing have erred concerning the faith. Grace be with thee. Amen.

Note 1: I = Paul

1 Timothëus 6

1De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn,1) zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde.2)
2En die gelovige heren hebben, zullen hen niet verachten, omdat zij broeders zijn; maar zullen hen te meer dienen, omdat zij gelovig en geliefd zijn, als die deze weldaad mede deelachtig zijn.3) Leer en vermaan deze dingen.
3Indien iemand een andere leer leert, en4) niet overeenkomt met5) de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is,
4Die is opgeblazen, en weet niets, maar6) hij raast omtrent7) twist vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen.
5Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.
6Doch de godzaligheid is een groot gewin8) met vergenoeging.9)
7Want wij hebben niets in de wereld gebracht, het is openbaar, dat wij ook niet kunnen iets daaruit dragen.
8Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.10)
9Doch die rijk willen worden,11) vallen in verzoeking, en in den strik,12) en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang.
10Want de geldgierigheid is een wortel13) van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof,14) en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken.15)
11Maar gij, o mens Gods,16) vlied deze dingen; en jaag naar gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid.
12Strijd den goeden strijd des geloofs,17) grijp naar het eeuwige leven,18) tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden19) hebt voor vele getuigen.
13Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor20) Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus21) de goede belijdenis betuigd heeft,
14Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt22) en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
15Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige23) en alleen machtige Heere,24) de Koning der koningen, en Heere der heren;
16Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont;25) Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan;26) Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.
17Beveel den rijken in deze tegenwoordige wereld, dat zij niet hoogmoedig27) zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op den levenden God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent,28) om te genieten;29)
18Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, gaarne mededelende zijn, en gemeenzaam;30)
19Leggende zichzelven weg tot een schat een goed fondament tegen het31) toekomende, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen mogen.
20O Timotheus, bewaar het pand u toebetrouwd,32) een afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdel-roepen,33) en van de tegenstellingen34) der valselijk genaamde wetenschap;
21Dewelke sommigen voorgevende, zijn35) van het geloof36) afgeweken.37) De genade zij met u. Amen.38)