Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Thus utterly regardless of all law human
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of Paul to the Thessalonians Chapter 3
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Wherefore when we could no longer forbear, we thought it good to be left at Athens alone;
2 And sent Timotheus, our brother, and minister of God, and our fellowlabourer in the gospel of Christ, to establish you, and to comfort you concerning your faith:
3 That no man should be moved by these afflictions: for yourselves know that we are appointed thereunto.
4 For verily, when we were with you, we told you before that we should suffer tribulation; even as it came to pass, and ye know.
5 For this cause, when I [Note 1] could no longer forbear, I sent to know your faith, lest by some means the tempter have tempted you, and our labour be in vain.
6 But now when Timotheus came from you unto us, and brought us good tidings of your faith and charity, and that ye have good remembrance of us always, desiring greatly to see us, as we also to see you:
7 Therefore, brethren, we were comforted over you in all our affliction and distress by your faith:
8 For now we live, if ye stand fast in the Lord.
9 For what thanks can we render to God again for you, for all the joy wherewith we joy for your sakes before our God;
10 Night and day praying exceedingly that we might see your face, and might perfect that which is lacking in your faith?
11 Now God himself and our Father, and our Lord Jesus Christ, direct our way unto you.
12 And the Lord make you to increase and abound in love one toward another, and toward all men, even as we do toward you:
13 To the end he may stablish your hearts unblameable in holiness before God, even our Father, at the coming of our Lord Jesus Christ with all his saints.

Note 1: I = Paul

1 Thessalonicensen 3

1Daarom, deze1) begeerte niet langer kunnende verdragen, hebben wij gaarne willen te Athene alleen gelaten worden;
2En hebben gezonden Timotheus, onzen broeder, en Gods dienaar, en onzen medearbeider in2) het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te vermanen van uw3) geloof;
3Opdat niemand bewogen worde in deze verdrukkingen; want gij weet zelven, dat wij hiertoe gesteld zijn.
4Want ook, toen wij bij u waren, voorzeiden4) wij u, dat wij zouden verdrukt worden, gelijk ook geschied is, en gij weet het.
5Daarom ook deze5) begeerte niet langer kunnende verdragen, heb ik hem6) gezonden, om uw geloof te verstaan; of niet misschien de verzoeker7) u zou verzocht hebben, en onze8) arbeid ijdel9) zou wezen.
6Maar als Timotheus nu van ulieden tot ons gekomen10) was, en ons de goede boodschap gebracht had van uw11) geloof en liefde, en dat gij altijd goede gedachtenis van ons hebt, zeer begerig zijnde om ons te zien, gelijk wij ook om ulieden;
7Zo zijn wij daarom, broeders, over u in al onze verdrukking en nood vertroost geworden door12) uw geloof;
8Want nu leven13) wij, indien gij vast14) staat in den Heere.
9Want wat dankzegging kunnen wij Gode tot vergelding wedergeven voor u, vanwege al de blijdschap, waarmede wij ons om uwentwil verblijden voor onzen15) God?
10Nacht en dag zeer overvloediglijk biddende, om16) uw aangezicht te mogen zien, en te volmaken17), hetgeen aan uw geloof ontbreekt.
11Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen weg tot u.
12En de Heere vermeerdere18) u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij19) ook zijn jegens u;
13Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de20) toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.