Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: The more common report is that Remus con
Notes
Display Vulgate text
Display Statenvertaling
The New Testament

First letter of John Chapter 5
Next chapter
Return to index
Previous chapter
1 Whosoever believeth that Jesus is the Christ is born of God: and every one that loveth him that begat loveth him also that is begotten of him.
2 By this we know that we love the children of God, when we love God, and keep his commandments.
3 For this is the love of God, that we keep his commandments: and his commandments are not grievous.
4 For whatsoever is born of God overcometh the world: and this is the victory that overcometh the world, even our faith.
5 Who is he that overcometh the world, but he that believeth that Jesus is the son of God?
6 This is he that came by water and blood, even Jesus Christ; not by water only, but by water and blood. And it is the Spirit that beareth witness, because the Spirit is truth.
7 For there are three that bear record in heaven, the Father, the Word, and the Holy Ghost: and these three are one.
8 And there are three that bear witness in earth, the Spirit, and the water, and the blood: and these three agree in one.
9 If we receive the witness of men, the witness of God is greater: for this is the witness of God which he hath testified of his Son.
10 He that believeth on the Son of God hath the witness in himself: he that believeth not God hath made him a liar; because he believeth not the record that God gave of his Son.
11 And this is the record, that God hath given to us eternal life, and this life is in his Son.
12 He that hath the Son hath life; and he that hath not the Son of God hath not life.
13 These things have I written unto you that believe on the name of the Son of God; that ye may know that ye have eternal life, and that ye may believe on the name of the Son of God.
14 And this is the confidence that we have in him, that, if we ask any thing according to his will, he heareth us:
15 And if we know that he hear us, whatsoever we ask, we know that we have the petitions that we desired of him.
16 If any man see his brother sin a sin which is not unto death, he shall ask, and he shall give him life for them that sin not unto death. There is a sin unto death: I do not say that he shall pray for it.
17 All unrighteousness is sin: and there is a sin not unto death.
18 We know that whosoever is born of God sinneth not; but he that is begotten of God keepeth himself, and that wicked one toucheth him not.
19 And we know that we are of God, and the whole world lieth in wickedness.
20 And we know that the Son of God is come, and hath given us an understanding, that we may know him that is true, and we are in him that is true, even in his Son Jesus Christ. This is the true God, and eternal life.
21 Little children, keep yourselves from idols. Amen

1 Johannes 5

1Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus1) is de Christus,2) die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die3) geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.
2Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God5) liefhebben, en Zijn geboden bewaren.
3Want dit is de liefde Gods,6) dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.7)
4Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld;8) en dit is de overwinning,9) die de wereld overwint, namelijk ons geloof.10)
5Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?
6Deze is het, Die gekomen is door water en bloed,11) namelijk Jezus, de Christus; niet door het water12) alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het,13) Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.14)
7Want15) Drie zijn er,16) Die getuigen in den hemel,17) de Vader, het Woord18) en de Heilige Geest; en deze Drie zijn19) Een.20)
8En drie zijn er,21) die getuigen op de aarde, de Geest,22) en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.23)
9Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder;24) want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd25) heeft.
10Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis26) in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een27) leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.
11En dit is de getuigenis,28) namelijk dat ons God het29) eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.30)
12Die den Zoon heeft, die heeft31) het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.
13Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam32) des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.
14En dit is de vrijmoedigheid,33) die wij tot Hem hebben,34) dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.35)
15En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden,36) zo weten wij, dat wij de beden37) verkrijgen,38) die wij van Hem gebeden hebben.
16Indien iemand zijn broeder ziet39) zondigen een zonde niet40) tot den dood, die zal God bidden en41) Hij zal hem42) het leven geven,43) dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood;44) voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.45)
17Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood.46)
18Wij weten, dat een iegelijk, die uit God geboren is, niet zondigt;47) maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven,48) en de boze49) vat hem niet.50)
19Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze.
20Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven,51) dat wij den Waarachtige kennen;52) en wij zijn in den Waarachtige,53) namelijk in Zijn54) Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige55) God, en het eeuwige Leven.56)
21Kinderkens, bewaart uzelven57) van de afgoden. Amen.58)