Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Titus Vinius and Cornelius Laco, one the
Notes
Display Latin text
Display Dutch text


Ovid XIV Chapter 14: 581-608 The deification of Aeneas
Next chapter
Return to index
Previous chapter
Aeneas's virtues had compelled all the gods, even Juno herself, to bring to an end their ancient feud, and since his young son Julus's fortunes were firmly founded, Cytherea's heroic son was ripe for heaven. Venus had sought the opinion of the gods, and throwing her arms round her father's neck, had said 'You have never been harsh to me, father, now be kindest of all, I beg you. Grant my Aeneas, who claims you as his grandfather through my bloodline, some divinity, however little you choose so long as you grant him something! It is enough that he once gazed on the hateful kingdom, once crossed the steams of Styx.' The gods agreed, and Juno, the royal consort, did not display her severe expression, but consented peacefully. Then Jupiter said: 'You are worthy of this divine gift, you who ask, as is he for whom you ask it: my daughter, possess what you desire!' The word was spoken: with joy she thanked her father, and drawn by her team of doves through the clear air, she came to the coast of Laurentum, where the waters of the river Numicius, hidden by reeds, wind down to the neighbouring sea. She ordered the river-god to cleanse Aeneas, of whatever was subject to death, and bear it away, in his silent course, into the depths of the ocean. The horned god [Note 1] executed Venus's orders, and purged Aeneas of whatever was mortal, and dispersed it on the water: what was best in him remained. Once purified, his mother anointed his body with divine perfume, touched his lips with a mixture of sweet nectar and ambrosia, and made him a god, whom the Romans named Indiges, admitting him to their temples and altars.

Note 1: horned god = Numicius

Event: Death and apotheosis of Aeneas

Aeneas’ dapperheid had alle goden en zelfs Juno ertoe gebracht om hun oude wraaklust te beëindigen. De macht voor zijn zoontje Julus was gevestigd. Voor Aeneas brak nu het moment aan van zijn hemelvaart. Hiervoor was Venus langs de goden gegaan; ze had haar vader omhelsd en had hem gezegd: "Vaderlief, nog nooit heb je mij te streng behandeld. Wees nu minder streng dan ooit, ik smeek je, en gun Aeneas, die mijn eigen bloed is en daardoor je kleinzoon, Jupiter, een plaatje, hoe bescheiden ook, onder de goden: gun hem iets! Hij verdient het sinds hij het kille rijk van de onderwereld bezocht en sinds hij de Styx bevoer…"

De goden stemden in en zelfs Juno, de hemelse vorstin, was niet koppig maar knikte vriendelijk, waarop Jupiter sprak: "Mijn kind, de godenstatus die je voor Aeneas vraagt, past hem even goed als jou. Het hangt van jou af." Blij om zijn toestemming bedankte ze haar vader. Vervolgens reed ze op haar duivenspan door het luchtruim totdat ze de kuststrook bij Laurentum naderde waar Numicius zijn trage waterstroom tussen het riet naar zee laat glijden.

De stroomgod Numicius kreeg de opdracht van Venus om alles wat Aeneas aan sterfelijkheid bezat, weg te spoelen en met zijn stille stroming naar mee te nemen naar zee. De gehoorzame god deed zijn werk zoals Venus gevraagd had: zijn water spoelde weg wat Aeneas aan sterfelijkheid bezat maar het beste deel van Aeneas bleef leven. Het reine lichaam werd door Venus met hemels reukwerk gezalfd; zijn lippen werden met ambrozijn, vermengd met zoete nectar, gestreeld: ze maakte van hem een god. Het volk bood hem offers en een tempel aan en noemde hem Indiges.