Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Thus utterly regardless of all law human
Notes
Display Latin text
Display Dutch text
The Gallic War (De Bello Gallico) by Julius Caesar
Translated by Alfred John Church and William Jackson Brodribb
Book IV Chapter 27: Caesar in Britain. Surrender of the Britains.[55 BC]
Next chapter
Return to index
Previous chapter
The enemy being thus vanquished in battle, as soon as they recovered after their flight, instantly sent embassadors to Caesar to negotiate about peace. They promised to give hostages and perform what he should command. Together with these embassadors came Commius the Atrebatian, who, as I have above said, had been sent by Caesar into Britain. Him they had seized upon when leaving his ship, although in the character of embassador he bore the general's commission to them, and thrown into chains: then after the battle was fought, they sent him back, and in suing for peace cast the blame of that act upon the common people, and entreated that it might be pardoned on account of their indiscretion. Caesar, complaining, that after they had sued for peace, and had voluntarily sent embassadors into the continent for that purpose, they had made war without a reason, said that he would pardon their indiscretion, and imposed hostages, a part of whom they gave immediately; the rest they said they would give in a few days, since they were sent for from remote places. In the mean time they ordered their people to return to the country parts, and the chiefs assembled from all quarter, and proceeded to surrender themselves and their states to Caesar.

Event: Caesar in Britain

De Britten geven zich over.

4.27 Zodra de vijanden, overwonnen in het gevecht, zich van hun vlucht hadden hersteld, stuurden zij onmiddellijk vredesgezanten naar Caesar. Zij beloofden gijzelaars af te staan en te doen wat hij hen had opgelegd. Samen met deze gezanten kwam de Atrebaat Commius, die, zoals ik eerder had beschreven, door Caesar naar Britannia was vooruitgestuurd. De Britten hadden hem, toen deze van boord was gegaan, gearresteerd, omdat hij als woordvoerder van Caesar hen diens bevelen overbracht; nu echter stuurden zij hem, nu de strijd geleverd was, terug en schoven bij hun verzoek om vrede de schuld van zijn aanhouding af op de menigte en vroegen om hun onwetendheid te vergeven. Caesar deed zijn beklag erover dat zij zonder aanleiding de oorlog waren begonnen, hoewel zij op eigen initiatief gezanten naar het vasteland hadden gestuurd en hem om vrede hadden gevraagd, maar zei hen hun onwetendheid te vergeven en legde hen gijzelaars op. Zij stonden een gedeelte van hen meteen af, zeiden een gedeelte dat uit verder afgelegen gebied was opgeroepen na enkele dagen te zullen leveren. Ondertussen bevalen zij hun mensen terug te keren naar hun gronden en begonnen hun hoofden van alle kanten bijeen te komen en zichzelf en hun stammen bij Caesar aan te bevelen.