Home Introduction Persons Geogr. Sources Events Mijn blog(Nederlands)
Religion Subjects Images Queries Links Contact Do not fly Iberia
This is a non-commercial site. Any revenues from Google ads are used to improve the site.

Custom Search
Quote of the day: Civilis had also thrown a dam obliquely
Notes
Display Latin text
Display Dutch text
The Gallic War (De Bello Gallico) by Julius Caesar
Translated by Alfred John Church and William Jackson Brodribb
Book IV Chapter 26: Caesar in Britain. Landing succeeded.[55 BC]
Next chapter
Return to index
Previous chapter
The battle was maintained vigorously on both sides. Our men, however, as they could neither keep their ranks, nor get firm footing, nor follow their standards, and as one from one ship and another from another assembled around whatever standards they met, were thrown into great confusion. But the enemy, who were acquainted with all the shallows, when from the shore they saw any coming from a ship one by one, spurred on their horses, and attacked them while embarrassed; many surrounded a few, others threw their weapons upon our collected forces on their exposed flank. When Caesar observed this, he ordered the boats of the ships of war and the spy sloops to be filled with soldiers, and sent them up to the succor of those whom he had observed in distress. Our men, as soon as they made good their footing on dry ground, and all their comrades had joined them, made an attack upon the enemy, and put them to flight, but could not pursue them very far, because the horse had not been able to maintain their course at sea and reach the island. This alone was wanting to Caesar's accustomed success.

Event: Caesar in Britain

Caesar in Brittania. Landing geslaagd.

Er is door beide partijen hevig strijd geleverd. Onze soldaten werden erg in verwarring gebracht, omdat zij niet de rijen konden sluiten en geen vaste voet konden krijgen noch de vaandels op de voet konden volgen en de een uit dit, de ander uit dat schip zich had aangesloten bij welk vaandel hij ook maar was tegengekomen. Omdat daarentegen de vijanden alle ondiepten kenden waar zij vanuit de kust sommigen afzonderlijk van boord hadden zien gaan, vuurden hun paarden aan en vielen onze zwaarbewapenden aan, omsingelden met een grotere groep een paar soldaten, de rest wierp aan de onbeschermde kant op allen tezamen hun projectielen. Toen Caesar echter dit had bemerkt, liet hij soldaten in de sloepen van de oorlogsschepen en ook de verkenningsschepen plaatsnemen en stuurde hulp aan hen die hij in nood had zien verkeren. Zodra onze soldaten op het droge stonden, voerden zij, nadat een ieder zich bij de eigen formatie had aangesloten, een aanval op de vijanden uit en joegen die op de vlucht, maar konden hen niet al te ver achtervolgen, omdat de (schepen met) ruiters geen koers hadden kunnen houden en het eiland bereiken. Dit was het enige, vergeleken bij zijn gebruikelijke geluk, waaraan het Caesar ontbrak.