dien dag,:
Sommigen verstaan dit van den tijd van veertig dagen na zijne opstanding, in welke Hij met zijne discipelen gegeten en gedronken heeft, Hand. 10:41. anderen, van de eeuwige vreugde in het eeuwige leven, hetwelk doorgaans bij een maaltijd vergeleken wordt, Matth. 8:11; Luk. 22:29; Openb. 19:9.