pascha is,:
Het is een Hebreeuws woord, betekenende een voorbijgang of overschrijding, waarmede genaamd werd het eerste van de drie grote jaarlijkse feesten der Joden, gehouden op de veertiende dag der eerste maand, die met onzen Maart bijna overeenkwam; ingesteld ter gedaachtenis van de verlossing der kinderen Israëls uit Egypte, en inzonderheid van dat de slaande engel, die de eerstgeborenen der Egyptenaars doodde, de huizen der Israëlieten voorbijging. Zie hiervan Exod. 12. Op welken tijd Christus ook heeft willen geslacht worden, omdat het slachten van het paaslam daarvan een voorbeeld was. Zie 1 Cor. 5:7,8.