zilveren:
Grieks, zilverlingen. dit woord wannneer het aldus alleen gesteld wordt, betekent gemeemlijk een sikkel, welke was òf des heiligdoms, doende omtrent een halven rijksdaalder; òf een gemene, doende half zoveel.En dit was de prijs waarmede een slaaf, die door een anders os gedood was, geboet moest worden. Exod. 21:23, en het schijnt dat zij Christus niet meer waardeerden dan een slaaf placht gewaardeerd te zijn, gelijk God hierover klaagt bij Zach. 11:12,13 en hetzelfde in het volgende Zach. 12:9 aangewezen wordt.